Angry bird

forumdag_030Mensen in mijn postwijk hebben een papegaai. Meestal valt me dat niet zo erg meer op en zie ik in het voorbijgaan alleen de kooi, maar vandaag zag ik opeens de vogel op zijn stok zitten. Iets in zijn houding trok mijn aandacht. De opgetrokken schouders, de halfafgewende pose, de kop iets gedraaid, met één oog chagrijnig loerend naar de voorbijganger: ik dus. Ik herkende die houding van vroeger.

Koko was bij ons gebracht door een oude dame die twee papegaaien had en helemaal knettergek werd van het gekrijs. Er moest er eentje weg en via via had ze vernomen dat wij, dat wil zeggen mijn ouders, een dierenopvang hadden. We vingen allerlei wilde dieren op, daar moest toch ook een papegaai terecht kunnen, was de redenering. Koko was meteen verliefd op mijn moeder, maar verder kon niemand wat met het beest. Mijn zus en vader tolereerde hij nog. Maar Koko en ik? Wij hadden bloedhekel aan elkaar! ‘Zorg maar dat je goede maatjes word,’ zei mijn vader regelmatig grijnzend, ‘Jij erft hem later!’ Ik zag die bui al hangen, want papegaaien worden oud!
Chagrijnig, bijterig en een vals misbaksel. Dat was het. Steevast zat hij op zijn stok, met opgetrokken schouders, zijn rug half naar je toegekeerd, te wachten op een kans om je in je vingers te bijten. Soms mocht hij uit zijn kooi en door de woonkamer vliegen. Nadat ik op een keer niks vermoedend de kamer inkwam en nog net op tijd de deur voor Koko’s recht-op-mijn-hoofd-vliegduik kon dichtgooien werd ik altijd even door mijn moeder gewaarschuwd. Gelukkig was Koko even wendbaar als vals, anders was het een eenmalig vliegavontuur geworden! Toen ik allang niet meer thuis woonde pasten we af en toe op het huis en het overige beestenspul. We hadden een vast ritueel om Koko te voederen. Dat ging zo: mijn liefste lief duwde Koko met de steel van een houten lepel naar een kant van zijn zitstok, terwijl ik met behoud van vingers het water- en voerbakje aan de andere kant ververste. ‘No love lost’ tussen Koko en mij.
Mijn moeder daarentegen kon lezen en schrijven met het beest. Hij zat op haar schouder, knabbelde aan haar oorlelletje en kirde zachtjes in haar oor. En dat hij haar schoonheid zeer kon waarderen bleek toen mijn moeder op een keer in haar blootje uit de badkamer de woonkamer binnenliep. Vanuit de papegaaienkooi klonk een luid: Ooooooooooooh!!!! Gevolgd door een fluitje. Een echte Don Juan, die vogel!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Dieren, Jeugd, Thuis en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s