Verre verwanten

In de wintermaanden schoof hij zijn voeten onder de keukentafel van mijn overgrootvader. Op een dag was hij er opeens en ergens in maart was hij weer verdwenen. Dan kreeg hij de kriebels en ging hij weer op pad. De paden op, de lanen in. Zwerversbloed.

Een aantal jaren geleden werd ik gegrepen door het onderzoek naar de familie van mijn vader. ‘We stammen af van roofridders’zei mijn vader altijd als ik ernaar vroeg. Later werd me duidelijk dat die roofridders eigenlijk marskramers waren, al zal er onderweg heus wel eens wat gejat zijn. Uit honger of anderszins. Ik was net begonnen als postbezorger en realiseerde me dat ik, net als mijn voorouders, van deur tot deur trok. Dat vond ik een leuke parallel in mijn familiegeschiedenis en dus ging ik op zoek.
Mijn vaders familie komt oorspronkelijk uit een klein plaatsje in Duitsland, Ransbach in de buurt van Koblenz, van waaruit van oudsher marskramers met de bekende Keulse potten op weg gingen om hun waar aan de man te brengen. Zo ook mijn voorouders. Van maart tot november trokken ze rond. Vaak met hele gezinnen en in de wintermaanden schoven ze hun hun voeten weer onder de keukentafel in Ransbach. Dat was het leefritme voor veel Ransbachers tot in de 19e eeuw het toch al niet zo rooskleurige bestaan omsloeg. Grote armoede in de streek leidde tot landsverhuizingen. Huizen, in onderpand gegeven als waarborg voor de opbrengst van het meegenomen aardewerk, werden per opbod verkocht om schulden te kunnen voldoen. Weg vaste woonplaats. Ergens in het midden van de 19e eeuw vestigde mijn voorouder Johann, zoon van Joannes Petri Reichgeld en Anna Corcylius, zich daarom permanent in Nijmegen. Johann verkocht nog Keulse potten, maar zijn kinderen en kindskinderen zochten een ander beroep en werden smid of schilder. De naam veranderde door een spelfout van Reichgeld in Reichgelt en zo begonnen onze nederlandse roots.

johan-peter-reichgeld-geb-5-okt-1848-detail
Veenhuizen September 2016
Daar zat ik. Achter een pc in Veenhuizen, oog in oog met een verre verwant. Zoekend in de database op de naam ‘Reichgeld’ plopte er een treffer op. En die treffer bevatte een signalementskaart en een boevenfoto: en profil en van vooraanzicht zag ik een man die ik onmiddellijk herkende als familie. Snel drukte ik weg. ‘Ik kijk thuis wel!’, riep ik over mijn schouder naar mijn liefste Lief. We hadden net het gevangenismuseum bezocht, waar ik erg van onder de indruk was en hoewel ik ergens wist dat ik sporen van mijn familie zou gaan vinden (daarom wilde ik ook naar deze plek) vond ik het opeens heel ongemakkelijk om daarin bevestigd te worden.
Maar nieuwsgierig was ik ook, dus eenmaal thuis kroop ik opnieuw achter de computer, het internet op, de wonderlijke wereld van de Veenhuizense en Ommerschanse archieven in. En daar was hij: Johan Peter Reichgeld. Opgepakt en opgezonden naar Veenhuizen op 20 augustus 1896. Opgezonden vanwege ‘landlooperij en bedelarij’. Dat hij verwant was had ik al gezien: je kunt Johan zo tussen mijn vader en zijn broers zetten, maar hoe zat dit verhaal nou? Internet bevat inmiddels een schat aan openbare, gedigitaliseerde archieven waar je in kunt zoeken, dus op zoek ging ik. Het levensverhaal van Johan dat zich vervolgens ontrolde was er een van grote armoede, veel rondzwerven en regelmatig het gevang in want landloperij was strafbaar. Uit zijn signalementskaart van Veenhuizen maak ik op dat hij al 8 keer eerder was opgepakt en uit de archieven blijkt dat hij ook na ‘Veenhuizen’ nog regelmatig aan de zwerf was. Op 73 jarige leeftijd is hij overleden. In Middelburg, de stad waar hij in 1848 is geboren. Mijn achterneef in de zoveelste graad, de oudste zoon van Johan Pieter, die weer de broer was van mijn voorvader Johann.
Het ontroert me een gezicht te zien van een familielid van zo lang geleden. Iemand die model staat voor een deel van mijn genenpakket. Wiens beeltenis verloren in de tijd zou zijn gegaan als hij niet in Veenhuizen terecht was gekomen. Ik kijk naar zijn foto en vraag me af wat hij me zou vertellen als we elkaar zouden kunnen spreken. Ik heb hem in ieder geval veel te vertellen. Over hoe ik altijd het gevoel heb gehad nergens echt bij te horen, over hoe ik in het voorjaar de kriebels krijg om alles op zijn kop te zetten en te vertrekken, over hoe ik een broertje dood heb aan autoriteit en er tegelijkertijd ook bang voor ben, over hoe belangrijk ‘mijn plek’ voor mij is. Gemoedsbewegingen die heel diep zitten en die mij in het verleden dingen lieten doen, die ik zelf niet snapte. Maar die ik beter van mezelf ben gaan begrijpen sinds ik weet heb van dit stuk van mijn familiegeschiedenis.
Ik zou hem ook vertellen over hoe ik een huis heb, werk waar ik gelukkig van word en brood op de plank. Dat de familie, ondanks dat er door de generaties heen nog veel zwerverbloed te vinden is, het goed doet en heel uitgebreid is geworden. Dat ik kinderen heb en dat we een goed leven leiden. Zonder angst voor tekort, opgepakt kunnen worden en geen dak boven ons hoofd als het koud en nat word.
Misschien zou hij alleen maar zijn schouders ophalen en zeggen:’Tsja meissie, zo was het toen. Nu is het anders.’ En weer op pad gaan.
Ik stel me voor dat ik hem zie verdwijnen in de verte, de zon op zijn ribfluwelen gestichtsjasje. Met zijn haar netjes gekamd, op dat ene eigenwijze piekje na. Net als het mijne.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Mensen, Thuis en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

10 reacties op Verre verwanten

  1. KarinD zegt:

    Prachtig verhaal Emmy! Ook ik ben al een tijdje aan het graven in digitale archieven om mijn voorouders te achterhalen. Ik ben redelijk ver gekomen in de stamboom, maar zulke prachtige details als jij heb ik (nog) niet. Heel leuk om te lezen. 🙂

    • volkje zegt:

      Ik had de mazzel om op een historisch onderzoek te stuiten dat heel veel informatie geeft over de manier van leven van mijn voorouders, Karin, dat leukt de boel mooi op 😉 wel heel boeiend en verslavend he, dat stamboomonderzoek!

  2. Henriette zegt:

    Wauw Emmy! wat kun jij toch prachtig schrijven!

  3. Je vader zegt:

    zeg ik tegen je dat ik dit louter als een geschiedenisles zie, moet ik toch ook enkele traantjes wegpinken…..

  4. Wilco zegt:

    Hey Emmy,
    Komt toch wel een vervolg, later misschien een leuk boek,
    Groetjes Wilco

  5. Wat een verhaal Emmy. Ontroerend. Wij zijn een aantal jaar geleden ook in Vernhuizen geweest, dat heeft een behoorlijke indruk gemaakt op mij als welvarend mens van deze tijd. Heb je het pauperparadijs gelezen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s