Passen en meten

Ik kijk in het deksel van mijn passerdoos. Mijn Lief heeft me zojuist geattendeerd op de piepkleine lettertjes die op het etiket geschreven staan. Het is een mooi, regelmatig en duidelijk handschrift. De hand van iemand die gewend is om secuur te werken. Heel anders dan het mijne, dat schots en scheef is en soms zelfs ook voor mijzelf bijna onleesbaar, omdat ik altijd sneller denk dan ik kan schrijven. Ik zie een naam en een adres. Er wordt een kleine jachthond in mij wakker! Wie was die vorige eigenaar/gebruiker van mijn passerset? Welke handen hebben de trekpen vast gehouden waar ik deze middag pas voor het eerst echt mee heb gewerkt? En wat suf dat ik nog nooit, tot vandaag, had gezien dat er een naam in mijn kostbare geschenk stond!

Een paar jaar geleden kwam mijn vader op bezoek, op doorreis naar huis na een korte vakantie. In de afgelopen jaren heeft hij zich ontpopt als een fervente ‘Kringloopwinkelsnuffelaar’. Van alles tikt hij daar op de kop. Zijn eigen voorliefde gaat uit naar bijzondere beeldjes. Meestal van hout. Hij heeft inmiddels al een vitrinekast vol. Maar nu had hij iets anders gevonden. ‘Voor jou’zei hij, terwijl hij een plat doosje uit de zak van zijn colbertje haalde. ‘Wild Heerbrugg’stond erop. Ik kreeg het doosje niet onmiddellijk open: een ingenieuze, kleine, vergrendeling voorkwam dat het deksel vanzelf open zou vallen. Op een zwart fuwelen ondergrond ontwaarde ik een passer, een buisje voor passerpunten en allerlei hulpstukken waarvan ik geen idee had waar ze voor dienen. Ze lagen allemaal keurig in hun eigen nestje. Een prachtige passerset. Ik heb nog geen idee waar ik die voor ga gebruiken, maar ik ben er blij mee. Een bijzonder kado, gevonden door mijn vader in de Kringloopwinkel in Heiloo..

Af en toe maak ik de doos open en kijk ik ernaar. De passer gebruik ik om rondjes te trekken en verder laat ik de hulpstukken voor wat ze zijn. Een zoektocht naar het merk ‘Wild Heerbrugg’ leert mij dat het een kwalitatief zeer goede passerset is die vooral in de jaren 50-60 van de 20e eeuw veel verkocht werd.  Mijn schoonvader, die zo’n set ooit voor zijn technische opleiding leerde gebruiken vertelt me op een feestje waar alles voor dient. Een bijzonder gesprek, gelardeerd met allerlei jeugdherinneringen. Dierbaar. Mijn passerset komt steeds meer tot leven, maar raakt ook weer wat in de vergetelheid.

Begin dit jaar start ik met een cursus Middeleeuws verluchten. Opeens komt de passerset weer in beeld. Op de lijst benodigheden staat ‘een passer’ maar waar is het ding? Paniek! Waar issie? Na een uitgebreide zoektocht ontdek ik het platte doosje in een bak met kleurpotloden. Al drie keer overheen gekeken omdat het op zijn kant stond! Vanaf nu heeft het een vaste plek op mijn werktafel. Op de cursus demonstreert de docent hoe je lijnen kunt maken met de trekpen, die ook in het doosje zit. Je laat wat inkt in het bekje lopen en met een lineaal, mèt inktregel (dus dáár is dat holletje aan de zijkant van een lineaal voor!) trek je een prachtig strakke dunne lijn. Hij dan. Ik vind het een hoop gepruts. Thuis oefen ik wat met die trekpen, maar het kan me niet bekoren. Ik gebruik liever mijn penseel, dan maar schots en scheef.

Maar naarmate de cursus vordert en ik steeds heviger verliefd raak op  de Middeleeuwse afbeeldingen die ik ontdek en leer maken, beginnen mijn hobbelige lijntjes me toch te storen. En nu ik begonnen ben met een eigen project en de eerste afbeelding bijna af is….

Ik maak het doosje open en haal de pen eruit. Zou ik het durven? Ik heb zo’n dikke 20 uur over deze illustratie gedaan en als ik een lijn om de afbeelding zet en het gáát mis verpruts ik al dat werk in één klap! Maar die hobbellijntjes in die kaders en die boog zijn wel erg storend… Ik vul de pen met verdunde gouacheverf zoals mijn docent heeft voorgedaan. Op een apart papiertje oefen ik even, haal diep adem en leg de lineaal op mijn tekening. Voorzichtig trek ik een lijntje. Het lukt! En wat word het mooi! In gedachten vraag ik mijn opa om hulp. Die was gewend om met dit soort spullen te werken. ‘de pen wat schuiner houden, zo ja. Niet te hard drukken, want dan kras je het papier kapot. Rustig aan! En even letten op de vloeibaarheid van je verf. Niet te dik en niet te dun’ Langzaam, lijn voor lijn, werk ik mijn illustratie verder af. Ik voel me verbonden met mijn opa, die me fluisterzacht instrueert hoe de pen te gebruiken, met mijn schoonvader en door het ontwaren van de naam op het etiket opeens met de vorige eigenaar/gebruiker van de set. Wie zou dat geweest zijn?

Mijn Lief zit al op Internet. Over zijn bril turend op zijn slimme foon, bekijkt hij piepkleine lettertjes. Zelf duik ik achter de laptop. Groter scherm. Vanaf de bank hoor ik: Ik heb een P. Helemigh uit Velsen gevonden. Tekenaar staat erachter. Hij wordt genoemd in een oud adresboek uit de 60-er jaren. Verder komen we vooralsnog niet.

Ik duik in de stamboomarchieven en vind via daar een website waarop de familie Helemigh vermeld staat. Op zoek naar een ‘P’ vind ik twee Pieters. Een oudere, geboren in 1899 en overleden in 1960, en een jongere. Geboren in 1939. Zou dat hem zijn? Op het etiket in mijn passerdoos staat ook een jaartal: 20 oktober 1960. In hetzelfde fijne handschrift. In 1960 is deze Pieter 21 of 22 jaar. De passerset was ook voor toen duur. Mijn schoonvader krijgt nog steeds glimmende ogen als we het erover hebben. Hij had hem destijds graag zelf gekocht maar koos voor een goedkopere optie. Misschien was het een bijzonder kado geweest. Voor een eindexamen van een opleiding of een eerste baan. Misschien was het een aandenken: bij leven gegeven door de gever in afwachting van zijn overlijden. De oudere Pieter overleed immers in 13 november 1960.  Een paar weken na de datum op het etiket. Ik besluit de stamboomonderzoeker een mailtje te sturen. Kan de jonge Pieter mijn P zijn? Al snel krijg ik antwoord. Dat zou heel goed kunnen. Zijn vrouw leeft nog. De mail vermeldt een adres en een telefoonnummer. Ik zou kunnen bellen…. Maar wie weet wat ik overhoop haal als ik zomaar met het belletje in huis val. Een brief dus.

Word vervolgd!

Dit bericht werd geplaatst in Kunst, Mensen en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

12 reacties op Passen en meten

  1. Darshanna zegt:

    Heerlijk Emmy om dit zo te lezen, de liefde springt eruit. Dank je wel voor het delen, Marialenn

  2. lem2 zegt:

    Spannend avontuur Emmy, ik ben benieuwd! ❤

    • volkje zegt:

      Ik ook! De brief ligt klaar inclusief een uitgeprintte versie van het blogje, in een door mijzelf geprinte envelop. nu even wachten op een droog momentje om te posten

  3. Pieter Reichgelt zegt:

    Heel goed Emmy! Je verhaal spreekt me aan omdat ik zo’n passerdoos heb. Ik heb hem veel gebruikt in de tijd dat ik “constructeur” was bij Phillps in Nijmegen in 1957,1958. Technische tekeningen werden toen nog op papier getekend. Eerst werd met potlood op wit papier getekend, dan werd een doorzichtig papier over de tekening gespannnen en vervolgens werd de tekening
    , gebruik makende van het tekengereedschap in de passerdoos, overtrokken met Oost indische inkt. De vaak complexe technische tekeningen waren echte kunstwerken. Ik vind het jammer dat ik er nooit een heb bewaard. Afdrukken werden gemaakt door de doorzichtige “calc” , zo noemden we tekening, samen met chemisch behandeld papier door een licht apparaat te halen. Ik herrinner me nog de zurige stank van dat chemische process. De man die de afdrukken maakte had exceem aan zijn handen!
    VeeL success met je onderzoek!
    Pieter

    • volkje zegt:

      Kijk! dit soort verhalen vind ik nou leuk om te horen oom Piet! En inderdaad jammer dat er geen tekeningen bewaard zijn gebleven. De man naar wie ik op zoek ben heeft waarschijnlijk net als jij op een dergelijke manier met de passerset gewerkt. Ik hoop dat ik wat van/over hem te weten kom. Je leest het vanzelf weer. Dag! Heb het goed daar! Emmy

  4. volkje zegt:

    Oh ben ik nog even: de uiteindelijke tekeningen, na het chemische proces (wat me inderdaad een ramp voor je huid en luchtwegen lijkt) waren dat de zgn. ‘blauwdrukken’? Of is dat weer wat anders? Groet, Emmy

  5. Pieter Reichgelt zegt:

    Ik dacht, Emmy, dat blauwdrukken van een eerdere periode waren dan die waarin ik mijn ervaring opdeed. Maar ook deze werden op een dergelijke manier gemaakt. Groeten!
    Pieter

  6. Opa beestjes zegt:

    Ik heb er op school ook nog, zij het summier, mee gewerkt. De door Piet beschreven overtrekken werden bij ons op een speciale lichtbak gelegd waaronder chemisch bewerkt lichtgevoelig papier.
    Na belichting werden het belichte papier in een koker van ongeveer 25/30 cm doorsnee los opgerold geschoven en bloot gesteld aan een azijn zurige lucht veroorzaakt door een bakje met zuur, wat onderin de koker stond. Na een aantal minuten werd het papier er uit gehaald en was de tekening op de ondergrond gefixeerd. Maar een paar jaar later kwam er een kopieer apparaat en was dat systeem ouderwets geworden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s