Stemmen

‘De kindersterfte was hoog in die tijden’. Een klein zinnetje in een boekje over mijn voorouders: de pottenkramers uit Ransbach. Ik raak er van slag van zonder dat ik een goede verklaring daarvoor heb. Ik ben al een tijdje bezig om dit boekje met wat aanpassingen te laten herdrukken voor mijn familieleden. Telkens als ik eraan wil beginnen overvalt mij een groot verdriet en krijg ik het niet uit mijn handen. Ik hoop dan ook dat mijn familieleden nog even geduld met mij willen hebben. Blijkbaar moet dit verhaal er eerst uit en dan pas kan ik weer verder. Uit de stamreeksen wordt duidelijk dat in vorige generaties vele kinderen geboren, maar ook jong gestorven zijn. Om nog maar te zwijgen van de zwangerschappen die niet voldragen zijn. Die leventjes werden niet geregistreerd en bereikten de annalen niet. Sommige gezinnen hadden 10 kinderen waarvan er maar een klein aantal de volwassenheid bereikten. ‘De kindersterfte was hoog in die tijd’, bijna een bijzin, maar eentje waar veel leed achter schuil gaat. Ik snap zelf niet zo goed waarom ik er zo verdrietig van wordt. Misschien omdat het mijn eigen familie betreft en niet een onbekende gezichtsloze familie uit een geschiedenisboek. Misschien slaat daarom mijn fantasie op hol en gaat mijn emotie met mij aan de haal. Maar misschien ook wel omdat mijn zintuigen de vele stemmen van die kleine kinderen ergens hebben opgepikt. De kleine, bijna onhoorbare, fluisteringen die nog in de lucht hangen en mij bij het lezen van de stamreeks en het boekje door de tijd heen bereiken.

Mijn betovergrootmoeder Geertruida Grefkens.

Zou er om ze gehuild zijn? Zou er om ze gerouwd zijn? Dat kan bijna niet anders. Mijn opa, zelf vader van een groot gezin, maakte altijd een grap die ik als kind niet begreep en ook helemaal niet grappig vond. ‘Ja’ zei hij dan ‘we hebben expres zoveel kinderen, want als er eentje doodgaat hebben we er altijd nog een heleboel over’. Een crue manier om verdriet weg te lachen. Een gebruikelijke vorm van humor in mijn familie, ook al had ik er toen als kind geen taal voor hoe naar ik dat eigenlijk vond. Het boekje volgt de mannelijke lijn, van Reigel naar Reichgelt.  Maar ongetwijfeld zullen ook in de vrouwelijke lijnen een groot aantal kinderen de volwassenheid niet hebben gehaald. Ontelbare kinderstemmetjes vragen om mijn aandacht, om gezien, gehoord en erkend te worden. Ze hebben bestaan, ze zijn er geweest en ze hebben bijgedragen aan mijn voorgeschiedenis. En ik kan niet anders dan hen noemen en eren.

 Er zullen mensen zijn die dit stom soft mutsen geleuter vinden. Dat mag. Ik heb er zelf ook lang zo over gedacht. Levendige fantasie noemde ik het en probeerde over te gaan op de orde van de dag. ‘Je bent te gevoelig’ het zinnetje waar mijn jeugd mee doorspekt is. Hoe ouder ik word hoe meer ik besef dat deze gevoeligheid voor mij een dagelijkse, veelvormige realiteit is. Eentje waar ik mijn weg in probeer te vinden. Mijn zintuigen zijn inderdaad veel gevoeliger afgesteld. Ik merk het als ik medicijnen moet gebruiken: de voorgeschreven doseringen zijn heel snel veel te hoog en van sommige medicijnsoorten moet ik gewoon afblijven. Ik merk het bij het drinken van alcohol: het lezen van een etiket is vaak al voldoende om mij beneveld te maken, en ik merk het bij zintuiglijke waarnemingen.  Ik hoor, zie en voel niet alleen met mijn oren, ogen en handen maar met mijn hele systeem. Dat maakt dat ik misschien ook wel dingen waarneem die voor andere mensen niet zichtbaar, hoorbaar of voelbaar zijn. Veel daarvan begrijp ik zelf niet eens en kan ik ook niet verklaren. Ik ben mezelf de laatste tijd dan ook gaan omschrijven als een soort menselijke stemvork, resonerend op wat er dan ook gaande is in mijn omgeving. En soms is dat behoorlijk verwarrend. Zeker als het gaat om die zachte fluisterstemmetjes uit het verleden.

Ik heb er jarenlang mijn werk van gemaakt om stem te geven aan mensen die dat zelf niet konden. Levende mensen dan welteverstaan. Ik was er ook goed in: het verwoorden van wat gezegd moest en wilde worden. En blijkbaar gaat dat nog laagjes dieper dan ikzelf door had. Eigenlijk wist ik dat ook wel, alleen was mijn mechanisme om deze vorm van waarneming af te doen als onzin, fantasie en overgevoeligheid, zo diep in mij ingesleten, dat ik het niet serieus nam. Inmiddels ben ik op een punt in mijn leven aan geland dat ik niet anders kan dan ook deze eigenschap van mij aan het licht te brengen en serieus te nemen. Ik worstel daarmee omdat ik niet weet waar het me heen brengt. Ik worstel ermee omdat deze gevoeligheid serieus nemen betekent: erkennen dat ik niet met de grote massa meer mee kan en dat mijn leefritme om een andere aanpak vraagt. Dat ik helemaal zelf mijn eigen pad moet maken. En dat is best wel spannend. Sensorische overprikkeling is voor mij een gegeven waar ik mijn leven lang al mee te maken heb. Maar pas de laatste jaren ben ik me bewust geworden hoe diep dit altijd ging en welk een realiteit dit is. En bovenal: welk prijskaartje eraan hangt als ik dit negeer. Herstel van deze overprikkeling  gaat verder dan even uitrusten en dan ben ik er weer. Het gaat ook over inschatten en doseren: hoe, waaraan en hoeveel kan nu wel of juist niet. en daar dan naar luisteren. Ook als dat ongemakkelijk is. Voor mij of voor anderen. En daar ben ik lerende in. Ik heb dus blijkbaar ook een gevoeligheid voor menselijk leed die stem wil krijgen. Maar het zou ook fijn zijn als ik kon leren om af te stemmen op het kanaal waar het ‘geluid’ vandaan komt. Want nu is het nogal eens een grote ruisende, kolkende brei alsof ik continu in een hagelstorm loop.

Gisteren zag ik een item in het journaal over een wetenschapper die bezig was met een project om geluid zichtbaar te maken en de toepassingen daarvan. En ineens had ik een model waarmee ik begon te begrijpen hoe mijn waarneming wel eens zou kunnen werken. Cymatica heet het en het gaat o.a. over het visueel maken van geluid. Nu nog leren hoe de knoppen werken. Maar eerst het boekje De pottenkramers van Ransbach. Nadat ik een kaarsje heb aangestoken voor al mijn verwanten. De grote en de kleintjes.

Dit bericht werd geplaatst in Mensen, Thuis, Uncategorized en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Stemmen

  1. gerritdewitteug@hotmail.nl zegt:

    Volkomen begrijpelijk, je reactie. Ik krijg hetzelfde gevoel nu ik bezig ben om een familie overzicht te maken van de familie Nagtzaam. Ik schrijf dan ook niet “levenloos kind van het vrouwelijk geslacht” zoals dat in akten staat, maar ik schrijf in mijn overzichten “levenloos meisje”. Dan heeft het kindje wel geen naam gehad, maar voel je dat het meisje je dochtertje is geweest.
    NB. Graag koop ik het nieuw te verschijnen boekwerk.

    • volkje zegt:

      Goedemorgen Geert! Dankjewel en ik zet je op het lijstje voor het boek. Misschien heb je het al eens gezien ook: het is geschreven door de man van Terenja van Dijk ( een volle nicht van Eleonoor).

  2. Marit zegt:

    Wat heb je je gedachten en gevoelens mooi weten te verwoorden Emmy, ik heb je zo weer een beetje beter leren kennen en ben blij zo’n mooi mens als jij tegen te zijn gekomen (al is het dan ‘online’)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s