Dick Bruna

Vandaag is Dick Bruna overleden. Hij is 89 jaar geworden, dus het lag in de lijn der verwachtingen dat de man op enig moment het tijdelijke voor het eeuwige zou gaan verwisselen. Toch overvalt het me en ben ik er verdrietig van. Net als veel ouders heb ik mijn kinderen toen ze klein waren, de boekjes van Nijntje voorgelezen. ‘Nijntje in de dierentuin’ was bij ons favoriet en we kenden het lange tijd helemaal uit ons hoofd. ‘Zeg Nijn zei vader op een dag’, hoorde ik mijn man dan vanuit de keuken roepen en ik vulde dan aan met: ‘ik heb een goed idee!’ Deze beginzinnen horen inmiddels tot onze familietaal. Want ook nadat onze kinderen al lang te groot waren voor de Nijntjeboekjes klonk dit vraag en antwoordspel nog regelmatig ergens in ons huis, als aankondiging van een leuk familieplannetje. scan0013-b

Nijntje hoorde gewoon bij het opgroeien van mijn kinderen. De boekjes slingerden door de kamer en werden voorgelezen voor het slapen gaan of gewoon zomaar omdat we daar zin in hadden. Ik breide ‘Dick Bruna truien’ met naast Nijntje, ook Dick Bruna kippen en Dick Bruna lammetjes. ‘Dick Bruna’ hoorde bij het straatbeeld van ons gezin met kleine kinderen. En we genoten er allemaal van. Groot en klein.

Hoe ongelooflijk knap de ontwerpen van Dick Bruna in elkaar zaten zag ik pas heel veel later, namelijk toen ik een aantal jaren geleden mijn eigen Volkje begon te maken. Toen pas ontdekte ik de Kunstenaar Dick Bruna. Hoe een lijn net anders zetten het verschil kon uitmaken in wat je wilt overbrengen. Waar je, en in mijn geval of je, oogjes plaatst, de stand van het hoofd, kortom: de subtiliteit die in die bedrieglijk eenvoudige tekeningen zit en die een ontwerp maken en breken. Mijn dochter nodigde mij in 2015 uit voor de tentoonstelling ‘Dick Bruna Kunstenaar’ in het Rijksmuseum in Amsterdam en groot was mijn trots toen ik ontdekte dat hij zijn Nijntje op eenzelfde manier ontwierp als ik mijn Volkjes. ( Op heel veel velletjes transparant papier, net zolang tot het ontwerp goed is.) En toen ik in een vitrine de omslag van een van de eerste Nijntjeboekjes zag en ontdekte dat dit een l-i-n-o-s-n-e-d-e was! Man! Mijn dag kon niet meer stuk! Dat het verder een kleine tentoonstelling was vond ik jammer en veelzeggend. Mensen verwarren ‘eenvoud’ vaak met ‘kinderlijk’ in de betekenis van infantiel of naief en daarmee niet voor volwassenen geschikt. Voor mij is kinderlijke eenvoud iets anders. Het is het ontdoen van alle volwassen frutsels en franjes en de dingen laten zien zoals ze zijn. Puur en simpel.

Toen ik voor het eerst met mijn Volkje naar buiten trad en iemand tegen me zei: ‘Weet je, ze doen me een beetje denken aan Dick Bruna, vind je dat vervelend dat ik dat zeg?’ Voelde ik me niet beledigd. Integendeel: ik voelde me zeer vereerd. Want het vraagt om moed om je kinderlijke eenvoud te bewaren en de verbeelding daarvan te  laten zien in een volwassen wereld, die meer opheeft met frutsels en franjes. Dick Bruna kon dat en Dick Bruna deed dat. Dick Bruna was in die zin een moedig man. En hij werd voor mij daarmee een groot voorbeeld. Het bewaren van de eenvoud is een van de belangrijkste spelregels die ik mezelf opleg bij het maken van mijn Volkjes. Dick Bruna heeft grote en kleine mensen met zijn werk vreugde en troost bezorgd. Net zoals ik dat op een heel veel bescheidener schaal hoop te doen met mijn prenten. Dank Dick Bruna voor het bewaren en bewaken van die oh zo belangrijke eenvoud in je woorden en je beelden.

 

 

Geplaatst in Kunst, Mensen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Gesprek met een Orchidee

orchidee

Vandaag had ik een gesprek met de orchidee, die op de vensterbank in onze keuken staat. Ik was knorrig opgestaan. Zonder duidelijke reden voelde ik me ontevreden en kwam slecht op gang. Soms heb ik zoveel plannen dat ik domweg niet kan kiezen waar ik mee aan de slag wil. De uitvoering van sommige van die plannen kost veel tijd en geduld… en tsja, dat is nou niet mijn sterkste kant. Ik wil snel resultaat om dan snel weer naar het volgende te kunnen gaan, maar ik wil me ook ontwikkelen en mijn vaardigheden vergroten en verdiepen en dan past ‘snel’ even niet. En dan doe ik maar helemaal niks. Wat me uiteindelijk slecht bekomt.

Dus daar stond ik, met de waterketel in mijn hand, somber broedend uit het raam te staren met om half 9 al geen zin in de dag die komen ging, toen de orchidee mijn aandacht trok.

‘He pssstttttt…’ hoorde ik. Ik keek om me heen. Mijn oog viel op de uitbundig bloeiende bloemenpracht op mijn vensterbank. Verschillende bloeiende bloemtakken hadden haar topzwaar gemaakt. Ze hing al dagen naar één kant van haar pot en kwam steeds schever te hangen. “Teveel bloemen” zuchtte ze. ‘Maar ja, ik kan het niet helpen, als ze willen, gaan ze groeien. Ik heb geprobeerd ze niet allemaal tegelijk uit hun knoppen te laten, maar ja… en om ze nou niet uit te laten komen…’ Teder liet ze haar groene vingers langs de vele bloemkopjes glijden, ‘ze zijn zo prachtig he??? En ik houd zo van ze! Van allemaal evenveel!’

‘Ja’ zei ik denkend aan mijn eigen vele bloemen waar ik nu net zo chagrijnig van werd.

Orchidee bewoog een beetje: ‘het is alleen een beetje zwaar aan één kant zo.’ ‘Ja’ zei ik terwijl ik wat meewarig naar haar keek. Ze was inderdaad nog schever gezakt en over niet al te lange tijd zou ze met pot en al van de vensterbank kieperen, desnoods een licht handje geholpen door een van onze poezebeesten. Ik zette haar weer recht en zag hoe ze in een tergend tempo onmiddellijk weer steeds verder naar een kant van de pot overhelde. Precies dat waar ik bang voor was. Als ik met al mijn plannen tegelijk aan de slag zou gaan (en ik ken mijn eigen enthousiasme) was dat precies het plaatje dat ik voor ogen had: tergend langzaam, maar onafwendbaar naar de afgrond hellen! No way dat me dat gaat gebeuren! Maarja ze waren allemaal zo leuk! En ik kon ze toch niet, niet uit laten komen?

“Maar zo hoeft het toch niet te gaan?” zei Orchidee. Ik kan het niet helpen dat al mijn bloemen zo ongeveer allemaal tegelijkertijd klaar zijn om uit hun knoppen te barsten, maar jij wel! Jouw bloemen hebben allemaal een eigen ‘tot-bloei-kom-tijd’ en ze gaan echt niet allemaal tegelijk!

Zou ze gelijk hebben? vroeg ik me af, terwijl ik mijn rijpe en onrijpe ideeën eens de revue liet passeren. Wat als ik nou eerst… en dan… en dat duurt  gewoon een aantal jaren… Ik zette Orchidee weer rechtop terwijl ik zocht naar iets om haar gewicht beter te balanceren. En ineens realiseerde ik me: daar gaat het over! Balans! Met al die uitbundigheid in mijn brein is de kans natuurlijk levensgroot dat ik de balans al voordat ik begin kwijt ben. Daarom was ik eigenlijk een beetje stilgevallen. Want beter niks, dan puinhoop! Maar wat als ik nu de tot-bloei-kom-tijd als graadmeter neem? En de uitvoering van mijn plannen daarop afstem?

Inmiddels had ik een wasknijper gevonden die ik als stutje in de orchideeëenpot kon leggen. Orchidee stond meteen weer fier rechtop, al helde, ze als je goed keek, nog licht naar een kant. “Zet je me af en toe even overeind? Dan herinner ik jou aan je totbloeikomtijd” zei ze met een knipoog.

 Deze blog is eerder verschenen in ‘Het Vrije Volkje’

Geplaatst in Mensen, Thuis | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Seeds of the heart

Bij het opruimen van mijn atelier viel een klein kaartje uit een boek. Ik had het een tijdje geleden voor mezelf gemaakt en was het alweer helemaal vergeten. ‘Zaden van het hart moet je koesteren’ stond erop. En dat kleine zinnetje zette mijn creatieve brein aan het werk. In een mum van tijd had ik een ontwerpje gemaakt, gesneden en afgedrukt dat “Seeds of the heart” heet. En ik wist ook meteen wat ik ermee wilde gaan doen: zaaien!

foto: Angelina Meijers

foto: Angelina Meijers

 

Kleine hartezaadjes die je zomaar ergens achterlaat. Met een lief tekstje erop voor de eerlijke vinder. In het bushokje waar je op je bus hebt gewacht, in de brievenbus van de buurvrouw, onder het slaapkussen van je Lief, tussen de koekjes in de supermarkt… Gewoon om lichtpuntjes te verspreiden in deze donkere tijden. Nadat ik mijn eerste zaadjes had uitgedeeld vond ik een verhaaltje over het wichtelmannetje, een klein kaboutertje dat  in de maanden november en december kleine, lieve dingetjes doet. Anoniem, want dat is de pret. Toen wist ik het zeker! Mijn hartezaadjes mogen de wereld in!

 

imag1901

Wil je helpen zaaien? Stuur dan een mailtje met je naam en adres naar emmy@volkje.nl  Ik stuur je dan een zakje met tien hartezaadjes op. Ze kosten niks. Alleen de postzegels om ze naar je toe te sturen. Meer weten? Kijk ook op www.volkje.nl

 

Geplaatst in Mensen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Verre verwanten

In de wintermaanden schoof hij zijn voeten onder de keukentafel van mijn overgrootvader. Op een dag was hij er opeens en ergens in maart was hij weer verdwenen. Dan kreeg hij de kriebels en ging hij weer op pad. De paden op, de lanen in. Zwerversbloed.

Een aantal jaren geleden werd ik gegrepen door het onderzoek naar de familie van mijn vader. ‘We stammen af van roofridders’zei mijn vader altijd als ik ernaar vroeg. Later werd me duidelijk dat die roofridders eigenlijk marskramers waren, al zal er onderweg heus wel eens wat gejat zijn. Uit honger of anderszins. Ik was net begonnen als postbezorger en realiseerde me dat ik, net als mijn voorouders, van deur tot deur trok. Dat vond ik een leuke parallel in mijn familiegeschiedenis en dus ging ik op zoek.
Mijn vaders familie komt oorspronkelijk uit een klein plaatsje in Duitsland, Ransbach in de buurt van Koblenz, van waaruit van oudsher marskramers met de bekende Keulse potten op weg gingen om hun waar aan de man te brengen. Zo ook mijn voorouders. Van maart tot november trokken ze rond. Vaak met hele gezinnen en in de wintermaanden schoven ze hun hun voeten weer onder de keukentafel in Ransbach. Dat was het leefritme voor veel Ransbachers tot in de 19e eeuw het toch al niet zo rooskleurige bestaan omsloeg. Grote armoede in de streek leidde tot landsverhuizingen. Huizen, in onderpand gegeven als waarborg voor de opbrengst van het meegenomen aardewerk, werden per opbod verkocht om schulden te kunnen voldoen. Weg vaste woonplaats. Ergens in het midden van de 19e eeuw vestigde mijn voorouder Johann, zoon van Joannes Petri Reichgeld en Anna Corcylius, zich daarom permanent in Nijmegen. Johann verkocht nog Keulse potten, maar zijn kinderen en kindskinderen zochten een ander beroep en werden smid of schilder. De naam veranderde door een spelfout van Reichgeld in Reichgelt en zo begonnen onze nederlandse roots.

johan-peter-reichgeld-geb-5-okt-1848-detail
Veenhuizen September 2016
Daar zat ik. Achter een pc in Veenhuizen, oog in oog met een verre verwant. Zoekend in de database op de naam ‘Reichgeld’ plopte er een treffer op. En die treffer bevatte een signalementskaart en een boevenfoto: en profil en van vooraanzicht zag ik een man die ik onmiddellijk herkende als familie. Snel drukte ik weg. ‘Ik kijk thuis wel!’, riep ik over mijn schouder naar mijn liefste Lief. We hadden net het gevangenismuseum bezocht, waar ik erg van onder de indruk was en hoewel ik ergens wist dat ik sporen van mijn familie zou gaan vinden (daarom wilde ik ook naar deze plek) vond ik het opeens heel ongemakkelijk om daarin bevestigd te worden.
Maar nieuwsgierig was ik ook, dus eenmaal thuis kroop ik opnieuw achter de computer, het internet op, de wonderlijke wereld van de Veenhuizense en Ommerschanse archieven in. En daar was hij: Johan Peter Reichgeld. Opgepakt en opgezonden naar Veenhuizen op 20 augustus 1896. Opgezonden vanwege ‘landlooperij en bedelarij’. Dat hij verwant was had ik al gezien: je kunt Johan zo tussen mijn vader en zijn broers zetten, maar hoe zat dit verhaal nou? Internet bevat inmiddels een schat aan openbare, gedigitaliseerde archieven waar je in kunt zoeken, dus op zoek ging ik. Het levensverhaal van Johan dat zich vervolgens ontrolde was er een van grote armoede, veel rondzwerven en regelmatig het gevang in want landloperij was strafbaar. Uit zijn signalementskaart van Veenhuizen maak ik op dat hij al 8 keer eerder was opgepakt en uit de archieven blijkt dat hij ook na ‘Veenhuizen’ nog regelmatig aan de zwerf was. Op 73 jarige leeftijd is hij overleden. In Middelburg, de stad waar hij in 1848 is geboren. Mijn achterneef in de zoveelste graad, de oudste zoon van Johan Pieter, die weer de broer was van mijn voorvader Johann.
Het ontroert me een gezicht te zien van een familielid van zo lang geleden. Iemand die model staat voor een deel van mijn genenpakket. Wiens beeltenis verloren in de tijd zou zijn gegaan als hij niet in Veenhuizen terecht was gekomen. Ik kijk naar zijn foto en vraag me af wat hij me zou vertellen als we elkaar zouden kunnen spreken. Ik heb hem in ieder geval veel te vertellen. Over hoe ik altijd het gevoel heb gehad nergens echt bij te horen, over hoe ik in het voorjaar de kriebels krijg om alles op zijn kop te zetten en te vertrekken, over hoe ik een broertje dood heb aan autoriteit en er tegelijkertijd ook bang voor ben, over hoe belangrijk ‘mijn plek’ voor mij is. Gemoedsbewegingen die heel diep zitten en die mij in het verleden dingen lieten doen, die ik zelf niet snapte. Maar die ik beter van mezelf ben gaan begrijpen sinds ik weet heb van dit stuk van mijn familiegeschiedenis.
Ik zou hem ook vertellen over hoe ik een huis heb, werk waar ik gelukkig van word en brood op de plank. Dat de familie, ondanks dat er door de generaties heen nog veel zwerverbloed te vinden is, het goed doet en heel uitgebreid is geworden. Dat ik kinderen heb en dat we een goed leven leiden. Zonder angst voor tekort, opgepakt kunnen worden en geen dak boven ons hoofd als het koud en nat word.
Misschien zou hij alleen maar zijn schouders ophalen en zeggen:’Tsja meissie, zo was het toen. Nu is het anders.’ En weer op pad gaan.
Ik stel me voor dat ik hem zie verdwijnen in de verte, de zon op zijn ribfluwelen gestichtsjasje. Met zijn haar netjes gekamd, op dat ene eigenwijze piekje na. Net als het mijne.

 

Geplaatst in Mensen, Thuis | Tags: , , | 10 reacties

The Game is afoot

mad bad and sad coverGisteren was een spannende dag. Nadat ik al langere tijd in mijn hoofd aan het ronddraaien was met een nieuw (groot!) kunst- en printmakingproject en al af en toe had zitten lonken naar een boek dat al jaren in mijn boekenkast stond, ben ik dan toch echt begonnen. In mijn computer zit een map met daarop  in hoofdletters ‘MADNESS & WOMEN’.

Mad, Bad and Sad heet het de engelstalige versie van het lonkende boek. In het nederlands vertaald als Gek, Slecht en Droevig met als ondertitel ‘een geschiedenis van vrouwen in de psychiatrie van 1800 tot heden’

Ik vind het spannend, zo spannend dat ik,  terwijl ik dit stukje aan het schrijven ben, al honderdduizend andere dingen tussendoor heb gedaan. Want straks staat het er: de reden waarom ik dit project wil gaan doen en dan kan ik er niet meer omheen. Dan heb ik het uitgesproken en is het de wereld in om vervuld te gaan worden.  Het idee voor dit project zit al een hele poos in mijn systeem. Want een van die hedendaagse vrouwen met ervaringen in de psychatrie ben ik zelf.

scan0004a

Selfie, 2016

Tijdens Kom Mar Kieke, een groepsexpositie waar ik eind mei aan meedeed stond ik voor mijn Selfie en plopte een duidelijk plaatje in mijn hoofd: een vrouw, in een wit gewaad, geketend aan de muur. En vandaaruit zag ik er meer: verschrikkelijke plaatjes van vrouwen in Bedlam* uitgevoerd in vrolijke kleurtjes (zoals mijn selfie) zodat je in eerste instantie niet zo goed doorhebt waar je naar kijkt.

Sinds dat moment laat het idee me niet meer los. Ik durf er eigenlijk niet aan, maar wil het tegelijkertijd  ook wel. Een raar soort spanning, die zich in mijn lijf heeft genesteld en die zich pas kan oplossen als ik ermee aan de slag ga.

Restraints-in-an-asylum-220x300Ik heb er wel eens vaker aan gedacht: ‘iets doen’ met het onderwerp vrouwen en psychiatrie. Af en toe dook het op, maar het werd nooit concreet. Tot nu. Het is er de tijd voor blijkbaar. Nadat ik gestopt ben met mijn werk in de GGz heb ik een paar jaar niks met het onderwerp psychiatrie van doen willen hebben. Het deed me teveel pijn. Het gevoel van verraad, gepaard gaande met de manier waarop ik mijn laatste baan heb afgesloten was te veelomvattend. Nu is er weer lucht en ruimte en wil ik een verhaal vertellen. Mijn verhaal en misschien wel dat van veel andere vrouwen

Dus ben ik gisteren vertrokken op een reis waarvan ik niet weet hoe lang die zal gaan duren en waar deze me allemaal zal brengen. Via mijn boeken, te beginnen met Mad, Bad and Sad. Langs internet, op zoek naar foto’s die ik kan gaan gebruiken om mijn verhaal te illustreren en vervolgens meanderend en mijmerend langs mijn eigen herinneringen, die ik gaandeweg ook aan het papier zal gaan toevertrouwen. Een kruisbestuiving van historie. De mijne en die van historische vrouwen in de psychiatrie. Waarom? Omdat ik het gevoel heb dat er op die reis iets ontsloten kan worden waar ik nog niet goed bij kan. Waar ik een vermoeden van heb dat het een sleutel geeft tot een gebied in mijzelf waar mijn bron verborgen ligt. De bron van waaruit ik wil scheppen. Van waaruit ik mijn beelden kan en wil laten ontstaan. En als ik dat kan openen voor mijzelf, open ik het gaandeweg misschien ook wel voor andere vrouwen. Ik vind het spannend, want het betekend terugkeren naar een periode in mijn leven die alweer een tijdje achter me ligt maar waarvan sommige elementen nog pijnlijk en rauw aanvoelen. En het zijn juist die pijnlijke elementen die mij linken aan die historische vrouwen, op wiens verhalen onze moderne psychiatrie voor een groot deel is gebaseerd. Die pijnpunten die te maken hebben met overbelasting in zorgtaken, het schizofrene van de splitsing tussen de archetypes de Madonna en de Hoer en de miskenning en soms zelfs ontkenning van de vrouwelijke seksualiteit.  Het zweet staat in mijn handen, maar de eerste stappen zijn gezet. Ik ben op weg!

*Bedlam: een van de oudste psychiatrische inrichtingen in Londen. 

Geplaatst in Mensen, Vrouwen en psychiatrie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Vierdaagse! De soeppan van mijn opa

Vierdaagse-638x330

Het is Vierdaagse deze week. Een fenomeen waar ik mee ben opgegroeid. In Groesbeek (het dorp van de beruchte zeven heuvelen)  waar ik vandaan kom, waren er drie ‘highlights of the year’: de carnaval, de Kermis en… de Vierdaagse.

Als kind ging ik, samen met mijn zus en ouders, altijd kijken. Niet in Groesbeek, maar in Wijchen. We moesten altijd al vroeg uit de veren, want anders kon je er niet meer door met de auto. Wegen werden al vroeg afgezet om het hele legioen wandelaars te kunnen laten passeren. Er zijn wel eens wat dranghekken opzij geschoven om op onze plaats van bestemming aan te komen: het huis van mijn opa, die pal aan de  vierdaagse route woonde. Er hing altijd een apart sfeertje op die dag. Je hoorde de militairen hun mars liedjes zingen, alles zag er anders uit dan gewoonlijk. Er waren veel, heel veel mensen op de been.Toeschouwers klapten, juichten en moedigden aan. Wandelaars kwamen lachend voorbij, zongen, of verbeten zichtbaar de pijn in hun voeten en benen. Het stoerste vonden wij natuurlijk de militairen, want die zagen we anders nooit in zulke aantallen in het wild. Op het grasveld dat anders altijd leeg was, was nu een militair verzorgingsveld geïmproviseerd. Er stonden EHBO tenten voor het broodnodige masseren, blaren prikken en zwachtelen. Het leek een beetje op een mini-mini M.A.S.H kampement, compleet met legergroene ‘omschermde’ openbare toiletten, die door mijn vader en zijn broers grijnzend HUDO’s werden genoemd. Wandelaars strompelden het veld op om zich bij de tenten te laten verzorgen. Soldaten in uniform zaten, hingen of lagen tegen hun bepakking. Sommigen lagen met open mond te slapen, met hun benen omhoog tegen een boom gestut. Je hoorde allerlei talen. Mijn oma had, toen ze nog leefde, me weleens toevertrouwd dat zij als jong meisje vooral de Noren zo mooi vond, want, zei ze: die hadden van die lange benen! Daar voegde ze schalks aan toe: ‘en die waren de zonde wel weerd’ Bij mijn opa was het op de Vierdaagse woensdag net een duiventil. Ik kom uit een los-zand-familie en veel contact met ooms, tantes, neefjes en nichtjes zoals ik dat van andere mensen wel eens hoor, was er bij ons niet bij. De Vierdaagse was dan ook een mooie gelegenheid om elkaar te ontmoeten en wie zin had of in de buurt was, was welkom. Afspraak vooraf was niet nodig. In de loop van de jaren werd het bij mijn opa ook een pleisterplaats voor kennissen en vrienden die de vierdaagse meeliepen. En allemaal mee eten natuurlijk. Dat kon, want mijn opa had een magische soeppan. Daar bleef, hoeveel mensen er ook waren, altijd soep in zitten! Als kind vond ik dat wonderbaarlijk, later snapte ik dat de uitspraak ‘zolang er water is, is er soep’ misschien wel letterlijk werd toegepast. De soep smaakte er niet minder om: zelfgemaakte bouillon, met gehaktballetjes en veel groente. En daarbij broodjes. Met kaas of ham. Lekker!

Inmiddels ben ik al ruim 20 jaar vertrokken uit mijn geboortestreek, mijn kinderen hebben geen affiniteit met het Vierdaagse gebeuren en mijn opa leeft allang niet meer. Maar elk jaar op de woensdag van de vierdaagse ruik ik vaag de geur van groentesoep. Uit de magische soeppan van mijn opa!

Geplaatst in Jeugd, Mensen, Thuis | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Landkaart van een vriendschap

090130-belevingVanochtend zat ik op de fiets op weg naar een afspraak en sprong opeens dit zinnetje door mijn hoofd: ‘landkaart van een vriendschap’. Ik zat te denken aan iemand met wie ik een tijdje vrij intensief ben opgetrokken en die ik nu nauwelijks meer spreek: ik voelde me door iets ontzettend gekwetst en heb me als een haas uit de voeten gemaakt. Soms heb ik dan een uitgestoken hand nodig om weer uit mijn schulp te kunnen.

‘Landschap van een vriendschap’ had ik onthouden als de titel van een boek dat ik ooit bij Broese in Utrecht had zien liggen. Die titel hield me bezig.   Want hoe zou dat eruit zien? Een landkaart van een vriendschap? Welke gebieden kun je erop vinden? Zijn er ook steden, gebergtes , rivieren, dalen, bergpassen, engtes, zeeën en oceanen?  En is er voor elke vriendschap (lees:  persoon) een andere kaart of heb je kaarten voor verschillende soorten vriendschappen? Of misschien heb je wel verschillende kaarten van één vriendschap. Maar wat me bovenal intrigeert is: hoe breng je ze in kaart, die vriendschappen? Volgens mij kan dat alleen door die ander te willen verkennen. Er moet een klik zijn, een nieuwsgierigheid om überhaupt op reis te willen gaan. Ik geloof erin dat je mensen op je levenspad tegenkomt omdat die je iets te brengen hebben. Of omdat je elkáár iets te brengen hebt. En vanuit daar kan een jarenlange kameraadschap waar je huizen op kunt bouwen ontstaan waarin je de landkaart gedetailleerd kunt gaan inkleuren. De nieuwsgierigheid naar elkaar houdt de ontdekkingsreis gaande. Soms stokt de reis: door  onoverkomelijke obstakels, mis begrepen woorden of van elkaar vandaan bewegen.  Soms ontdek je voorheen onbekende gebieden bij de ander of bij jezelf: dat kunnen verrassende oases of onherbergzame oorden zijn. Dat kan ook als je elkaar al jaren kent en het leven stelt je opeens voor een uitdaging.

Ik ga natuurlijk voor die kameraadschap. Maar daar heb ik niet altijd zelf een keuze in. Want of een ander mijn vriendschap verder wil verkennen: daarvoor is die nieuwsgierigheid nodig. En anders blijf ik: Terra Incognita.

P.S. Het boek heette trouwens toen ik het opzocht : “de kaart van een verzwegen vriendschap.” Nog veel mooier!

– Igor Wladimiroff. “De kaart van een verzwegen vriendschap. Nicolaes Witsen en Andrej Winius en de Nederlandse cartografie van Rusland”. Groningen, 2008 

– Het gebruikte plaatje komt uit ‘De atlas van de belevingswereld’  

 

 

Geplaatst in Mensen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen