Verjaardagswensen

Vandaag zijn mijn Liefste Lief en ik 31 jaar vader en moeder. Ons oudste kind is allang uitgevlogen, maar de laatste ruime anderhalf jaar is ze verder weggevlogen dan onze diepste wens was. En niet alleen van ons vandaan, maar ook van haar broer en grootouders. Het is de tweede verjaardag van haar geboortedag zonder haar en ik heb lang geaarzeld of ik er iets over zou schrijven. Omdat het zo pijnlijk en verdrietig is en ook omdat het zo privé is. Toch klim ik vandaag in mijn virtuele pen, omdat ik heb gemerkt dat niet alleen wij met een dergelijk verlies te kampen hebben, maar veel meer ouders en gezinnen dan je zou denken. Er rust een groot taboe op het spreken over een moeilijke relatie of een contactbreuk met je kind(eren). Het ‘happily ever after’ van het gezinsleven word ons op allerlei manieren voorgeschoteld. Maar de realiteit is vaak heel veel weerbarstiger. Een breuk van een volwassen kind met diens ouders is een meer besproken onderwerp en daar is vaak ook meer begrip voor. Maar aan het ontvangende eind van zo’n besluit zitten toch echt een vader en/of moeder (of een heel gezin) vast, die doorgaans met elkaar of in hun eentje met dit verdriet moeten zien te dealen.

In mijn zoektocht naar houvast hierin, mensen die mij zijn voorgegaan en die een voorbeeld kunnen zijn voor hoe ik dat rouwproces kan doorleven, want dat is het toch echt, vond ik weinig tot niets waar ik wat aan had. Het blijft vaak bij een rechtvaardiging van het eigen handelen of het in mijn ogen cultiveren van slachtofferschap. “Kijk wat mijn kind mij heeft aangedaan”. Beide sporen passen mij slecht. De angst voor oordeel “Je zult het er wel naar gemaakt hebben”, de angst voor “misschien gebeurt mij dat ook, mijn relatie met mijn kind(eren) is ook vaak ingewikkeld”, en de eigen schaamte om het tekortschieten in je ouderschap maakt dat mensen vaak alleen met dit verdriet rondlopen. Zo vaak ook wij. Er zijn geen rituelen om een dergelijk verlies te markeren, het is een stil-van-binnen-verdriet. En dat is niet anders voor de ouders of voor het kind. Ook voor mijn dochter zal deze dag geen gemakkelijke zijn, net zomin als feestdagen, onze verjaardagen of dagen die in ons gezin met tradities zijn omgeven.

Een tijdje geleden zag ik een uitzending over grootouders die hun kleinkinderen niet mochten zien.Vaak door een scheiding of omdat schoonkinderen daar een stokje voor staken. Dat kwam het dichtste bij een houvast, al was het niet in de geest van hoe ik het probeer vorm te geven. In de vakliteratuur heeft het ook een heerlijke term: ouderverstoting. Het komt regelmatig voor bij kinderen van gescheiden ouders of in disfunctionele gezinnen. Voor ons niet van toepassing, al twijfel ik soms over het ‘disfunctionele’.  Toen ik onlangs probeerde een vriendin te vertellen hoe deze breuk naar mijn idee is ontstaan, kwam ik er eigenlijk niet uit. Ik weet het niet en kan het niet goed duiden. Wat ik wel weet is dat ons kind zich door ons al lange tijd niet gezien en erkend heeft gevoeld. En realistisch of niet, dat is voor haar natuurlijk verschrikkelijk om mee te moeten leven. Ik zie haar besluit dan ook als een ultieme poging om afstand van ons te kunnen nemen. Zodat ze haar eigen leven vorm kan geven zonder ons oordeel erover dat voor haar meer aanwezig bleek, dan ik heb opgemerkt. Ik hoop dat er ooit weer een deurtje open kan. Voor nu is dat niet aan de orde. Ze was er klip en klaar in. En eerlijk gezegd kan ik het op dit moment ook niet. Die deur weer openzetten. Ik ben nog huiswerk aan het doen. De exercitie van hand-in-eigen-boezem die moet zijn uitgekristalliseerd voor er weer een eerlijk contact tot stand kan komen.

 Er zijn hele moeilijke dagen, maar de meeste dagen kom ik in goede gemoede door. Zwelgen in verdriet is iets anders dan het gemis doorvoelen en weer verder gaan. Dat geldt ook voor deze dag, al ben ik natuurlijk best wel verdrietig.  Vanochtend hebben we bij de koffie een gebakje gegeten, ons ouderschap gevierd en een goede wens richting onze dochter gestuurd. Ze heeft ongetwijfeld goede redenen voor haar besluit al is de verpakking daarvan voor ons heel kwetsend geweest. Ik gun haar een leven dat haar past.  Ik wens haar toe dat ze zonder ons in haar leven gelukkiger is, zich sterker en krachtiger kan voelen en haar eigen weg kan vinden en bewandelen zonder het idee dat die (of zij) niet goed genoeg zou zijn. Ik wens haar toe dat ze fijne mensen om zich heen heeft gevonden, die haar kunnen geven wat ze nodig heeft. En bovenal wens ik haar toe dat ze ontdekt dat ze prima is zoals ze is en daar ook in durft te gaan geloven.  Dat ze durft te gaan staan voor wie ze is met alles wat daarbij hoort. Dat wens ik haar en dat wens ik ons.

Geplaatst in Mensen, Thuis | Tags: , , , | 2 reacties

Lichtpunten

Gisteren speelde ik met mijn Liefste Lief, een spelletjesnerd van het zuiverste water, een nieuw bordspel. Voor de insiders, het was Solomon Kane, een avonturenspel gebaseerd op de verhalen van Robert E Howard, die weer de schrijver is van oa. Conan de Barbaar.

die trui ben ik

Mijn Lief is dol op dit soort spellen en soms strijk ik over mijn hart en doe mee. De tijd dat ik kon zeggen: ‘ik houd niet van spelletjes’ is na ruim 30 jaar huwelijk met deze man wel voorbij en ik heb toch een licht tikkie van de molen gehad. Affijn, geeft ook niks. Het was een beetje bedoeld om de spelregels en de dynamiek van het spel te verkennen. Vanvond gaan we voor het echie en spelen we een avontuur. Eén van de elementen in de opstartfase van het spel is het verzamelen van lichtpunten. Die zijn dan weer belangrijk voor verderop in het verhaal.

Vanochtend was ik aan de wandel en zat ik nog wat door te mijmeren over de avond en wat ik van het spel Solomon Kane vond. Ik bleef steken bij het ‘lichtpunten verzamelen’. Ik had net in mijn hoofd een aantal dingen opgeslagen die me waren opgevallen: het gekwetter en gezang van talloze vogeltjes, druk met de hofmakerij en nestenbouw, een haas, die zich goed liet bekijken, een prachtige blauwe lucht boven een heldergroen weiland, een gesprekje met een mevrouw die net als ik vroeg aan de wandel was en een valkje had gezien, de merel die stil bleef zitten en niet wegvloog, de geur van de bloesems in de lucht en opeens realiseerde ik me wat ik deed: lichtpunten verzamelen!

Ik zit al een tijdje af en aan niet goed in mijn vel, de reden waarom is misschien een onderwerp voor een andere blog, als het minder gevoelig ligt. Ik rouw en dat is een vreemd iets. Naar buiten gaan is niet altijd gemakkelijk, onder de mensen komen al helemaal niet en het helpt me om de mooie dingen die ik zie op te merken en te bewaren voor de rest van de dag of de dagen dat het wat minder gaat. Ik doe het al tijden en behoorlijk bewust en het helpt echt. Maar pas vanaf vandaag heeft het een naam.

Geplaatst in Mensen, Thuis, Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Deurbeleid

Ik zoek mijn weg door de kleuren via de symbooltjes op de kaart. Kleine korte stukjes: kleurtje Z: 4 steekjes,  kleurtje I 8 steekjes,  kleurtje O veel steekjes maar wel meanderend over de stof . Terwijl ik de kaart volg, bouw ik langzaam aan het kleurenpatroon. Elke kleur een eigen code, gesymboliseerd door een tekentje op de kaart. Mijn oog kan er nog niks van maken en soms raak ik de weg kwijt en weet ik absoluut niet meer waar ik ben. Maar stapje voor stapje, kruissteekje voor kruissteekje ontstaat langzaam een afbeelding. Het hoeft niet snel. Het kan ook niet snel, want het gaat niet om het resultaat, maar om de weg. Om het zoeken, het vinden, het gaan. Afgelopen week vond ik dit borduurpakket dat al jaren ergens achterin een kast lag. Op zoek naar een ‘oversprongklusje-om-me-uit-oude-patronen-te-bumpen’ mocht het blijven en ben ik eraan begonnen. Uiteindelijk zal het een dagvlinder worden met een mooie zon op de achtergrond. Dat verklapt het plaatje op de voorkant. De tegenhanger: de nachtvlinder waar ik ooit aan begonnen ben, heb ik, in de veronderstelling dat ik inmiddels wel uitgeborduurd was, aan een kennis cadeau gedaan om er iets kunstzinnigs mee te gaan doen. De borduursels waar ik nog geen afscheid van kon nemen lagen te wachten op een nieuw opruim moment. Dat kwam deze week. EVeel moht weg, maar deze bleef aan me trekken. Was het de afbeelding? De kleurenpracht van de garens? Het verlangen om een beetje terug in de tijd te kruipen en mezelf weer te verliezen in datgene waar ik vroeger zo ontzettend veel plezier aan beleefde? Ontelbare kruissteekjes heb ik in het verleden geborduurd. Kijken, tellen en borduren: een oase van rust in mijn drukke hoofd en bestaan. Ik ontdekte dat er wel dingen zijn veranderd sinds toen. Het omslingeren van de stof zodat die niet rafelt, een klusje waar ik vroeger het liefst zo gemakkelijk mogelijk onderuit probeerde te komen, heb ik nu met liefde in twee etappes voltooid. Bij het opruimen vond ik namelijk ook een borduursel waarvan ik de randen met afplaktape had vastgeplakt. Dat ging sneller en voorkwam evengoed rafels. Maar nu, jaren later, geeft dat een vies vodje. Als je grote honger hebt sla je stappen over. En honger had ik toen. Al wist ik nog niet zo goed waarnaar. Kijkend naar de borduurgarens realiseer ik me dat mijn verlangen van vroeger, naast het rustpunt, vooral het werken met kleur was. Die behoefte aan kleur vervul ik nu op talloze andere manieren, met verf, inkt en kleurpotloden. Mijn honger is nog wel aanwezig maar niet meer zo groot, dus ik kan het me permitteren om ook de randvoorwaarden langzaam en gestaag te vervullen. Ik kan niet lang borduren. Het patroon wat ik heb uitgekozen voldoet wat dat betreft perfect aan mijn mogelijkheden. Ook dat mozaïekt. Net als ik.

Ik realiseer me dat het werken aan dit werkstukje ook een metafoor is voor iets anders. Het zal nog een hele tijd duren voordat de afbeelding die ik aan het maken ben zichtbaar wordt. En als ik geen steekjes zet, gebeurt er h-e-l-e-m-a-a-l niks!

Dit sluit aan bij een ander verlangen dat me regelmatig besluipt: hoe vind ik mijn weg door de veelheid van ideeën en plannen die ik aan mijn innerlijke deur voel kloppen. Ik ben een nieuwsgierig en onderzoekend mens. Ik hou ervan nieuwe dingen uit te proberen. Maar hoewel voor mij het resultaat niet het allerbelangrijkste is: het is toch prettig om na verloop van tijd terug te kunnen kijken op iets dat af is. En dat afmaken, dàt vind ik lastig. Ik begin met gemak aan de meest leuke, inspirerende en uitdagende projecten en projectjes. In mijn huis liggen overal stapeltjes waar mijn Liefste Lief altijd grinnikend naar kijkt. Ze liggen daar expres, want als ik ze uit het zicht leg, vergeet ik dat ik eraan begonnen ben. Er ontbreekt samenhang, een rode draad, en die veelheid begint mij de laatste tijd enorm te storen. Ik heb geen baas meer die mij deadlines stelt om iets voor een bepaalde tijd af te ronden en van nature ben ik sowieso wars van deadlines dus je voelt hem al aankomen…. alles duurt onbepaalde tijd bij mij. Soms is dat goed. Sommige plannen hebben tijd nodig om te rijpen of wachten op een ontmoeting of iets wat zich nog niet heeft aangediend. Maar inmiddels begin ik het zicht op wat-is-wat behoorlijk kwijt te raken. Daar word ik ontevreden en mopperig van. En ooit heb ik mezelf beloofd dat ik ‘s avonds tevreden in mijn bed wil rollen. ‘Tijd voor deurbeleid’ dacht ik vanochtend toen ik alweer een nieuw idee op mijn innerlijke deur hoorde kloppen. ‘Voer mij uit voer mij uit,’ riep het vrolijk. ‘Ik ben zo leuk! Begin! En meteen, nu, onmiddellijk’. ‘Ja dag’ klonk er een zeurend stemmetje als antwoord. ‘Morgen wil je weer wat anders en dan ligt er een nieuw project te wachten op ooit.’ Zo is het wel, er kloppen lange rijen plannen en ideeën aan mijn inspiratie deur en uiteindelijk doe ik geen van alle. Omdat ik zo overweldigd raak door alles wat ik leuk vind en wat ik de moeite waard vindt om mee aan de slag te gaan. Maar ja, zonder kleine kruissteekjes, al zijn het er maar een paar per dag, wordt de afbeelding niet zichtbaar. En zonder zichtbaar worden vergeet ik waar ik naar op weg ben en vervallen mijn dagen in een monotone sleur. Ik ben nog te jong voor de geraniums! Die weg moet ik zelf maken door mijn ene voet voor de andere te blijven zetten. Niet alles wat in mijn hoofd opkomt hoeft onmiddellijk uitgevoerd te worden. Nu de symbolen op mijn innerlijk borduurpatroon goed blijven lezen en begrijpen dan word de afbeelding, en daarmee mijn rode draad, vanzelf duidelijk. Deurbeleid dus.

Geplaatst in Mensen, Thuis | Tags: , , , | 2 reacties

Vrij Vogeltje

In onze tuin staat al sinds jaar en dag een mooie seringenboom. De boom zag ik ruim 20 jaar geleden voor het eerst bewust toen wij, vlak voor we gingen verhuizen, met onze kinderen bij het nieuwe huis op bezoek gingen. Haar prachtige bloesems staken boven de schuur uit, net zoals nu. Ik was al gecharmeerd van onze nieuwe woonstek, maar deze boom maakte het helemaal af. Vanaf dat we ons huis betrokken voel ik een band met De Sering. Regelmatig leg ik mijn handen tegen haar stam en praat tegen haar. Ze troost mij doordat ze me laat zien dat het leven altijd doorgaat en ook weer tot bloei komt en ze is een bron van vreugde door al het leven dat zich tussen haar bladeren en op haar takken laat zien. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet naar haar kijk en haar lessen tot me neem.  Ook voor verschillende vogeltjes in de buurt is de seringenboom in onze tuin een fijne plek. Vanaf mijn wooneilandje op de bank zie ik allerlei vogeltjes af en aan vliegen. De boom is een voedingsbron, een rustpunt voor de jonge mezen die net leren vliegen, een oorlogsgebied en een plek waar hof gemaakt wordt. Het leven in de seringenboom heeft een eigen klok, die ik door de jaren heen goed heb leren kennen.

tekst loopt door onder foto

Ongeveer halverwege onze tuin loopt een grens.  Je ziet hem niet, maar hij is er wel. Hoeveel vogeltjes er ook in de tuin zitten, ze zullen niet snel voorbij deze grens gaan, want dan komen ze te dichtbij het huis. Daar liggen met regelmaat onze katten Zoef! en Boem! verlekkerd naar het kleine spul te loeren. De natuur heeft zo haar eigen wetmatigheden. Laatst viel mij een koddig koolmeesje op. En nu ik hem heb gespot zie ik hem met enige regelmaat dichtbij het huis en ook op andere tijden dan de rest. Hij is altijd alleen en hij maakt er in zijn eentje een vrolijke boel van. Soms zit hij op de rand van een tuinstoel en kijkt nieuwsgierig door het raam naar binnen. Hij trekt zich geen bal aan van de onzichtbare grens en komt heel dichtbij. Op allerlei plekjes: de gieter aan de schutting, de tuinslang en zelfs op de muur naast het woonkamerraam komt hij zijn lekkere, minuscule insectjes pikken. Niets lijkt hem te deren en ik heb lol in dit kleine, eigenwijze acrobaatje.

Vandaag zag ik hem weer en zelfs de aanwezigheid van mijn Liefste Lief op de bank ,vlak voor het raam, belette het kleine vogeltje niet om met gretigheid dichtbij het huis lekkere hapjes te snaaien. Het ziet er gezond uit, lijkt goed in zijn veertjes te zitten, en maakt een vrolijke indruk. Natuurlijk kun je vanuit een biologisch oogpunt zeggen dat er wel iets met hem aan de hand zal zijn want hij gedraagt zich anders dan zijn soortgenoten. Met zijn overlevingsinstinct zit het meer dan goed, want hij zit hier al een tijdje en het barst hier van de katten. Hij gaat onverstoord zijn eigen koolmeesjesgang. Een blijmoedig slimmerikje. Een vrij vogeltje. Heer en meester van zijn bestaan. Fladderend van boom naar schutting, van tak naar vogelhuisje en dan weer verder, hup, de wijde wereld in.

Het is vandaag Bevrijdingsdag en toen ik vanochtend naar mijn mezenvriendje keek, die in de stromende regen tussen de seringenbloesems op een takje naar kleine hapjes zat te pikken, realiseerde ik me dat vrijheid van binnen zit.  En dat we allemaal, zoals mijn koddige koolmezen vriendje, kunnen bepalen wat we vanuit die innerlijke vrijheid naar een ander doen. En, niet onbelangrijk, ook laten. Deze innerlijke vrijheid is niet hetzelfde als vrijblijvendheid. Het geeft geen vrijbrief om alles wat je wilt onbegrensd te kunnen uitleven. Bij vrijheid hoort ook de begrenzing van respect voor en mededogen met de ander. Wij hebben toegang tot zoveel informatie waarop je je mening, handel en wandel kunt baseren dat vrijheid ook hand in hand gaat met verantwoordelijkheid, oplettendheid en ruimhartigheid. Vandaaruit kom je via vrijheid uit bij verbondenheid. Met elkaar en met al wat leeft. Mijn leraar in mezenverpakking geeft mij elke keer dat ik hem zijn eigen gangetje zie gaan in een compacte vorm het voorbeeld van deze vrijheid.

Het is aan mij en aan ieder van ons, om dit pakketje uit te pakken en te ontdekken wat dit voor ons concreet betekent. Niet alleen vandaag, maar elke dag. Ons hele leven lang.

Geplaatst in Dieren, Mensen, Thuis | Tags: , | 4 reacties

Stemmen

‘De kindersterfte was hoog in die tijden’. Een klein zinnetje in een boekje over mijn voorouders: de pottenkramers uit Ransbach. Ik raak er van slag van zonder dat ik een goede verklaring daarvoor heb. Ik ben al een tijdje bezig om dit boekje met wat aanpassingen te laten herdrukken voor mijn familieleden. Telkens als ik eraan wil beginnen overvalt mij een groot verdriet en krijg ik het niet uit mijn handen. Ik hoop dan ook dat mijn familieleden nog even geduld met mij willen hebben. Blijkbaar moet dit verhaal er eerst uit en dan pas kan ik weer verder. Uit de stamreeksen wordt duidelijk dat in vorige generaties vele kinderen geboren, maar ook jong gestorven zijn. Om nog maar te zwijgen van de zwangerschappen die niet voldragen zijn. Die leventjes werden niet geregistreerd en bereikten de annalen niet. Sommige gezinnen hadden 10 kinderen waarvan er maar een klein aantal de volwassenheid bereikten. ‘De kindersterfte was hoog in die tijd’, bijna een bijzin, maar eentje waar veel leed achter schuil gaat. Ik snap zelf niet zo goed waarom ik er zo verdrietig van wordt. Misschien omdat het mijn eigen familie betreft en niet een onbekende gezichtsloze familie uit een geschiedenisboek. Misschien slaat daarom mijn fantasie op hol en gaat mijn emotie met mij aan de haal. Maar misschien ook wel omdat mijn zintuigen de vele stemmen van die kleine kinderen ergens hebben opgepikt. De kleine, bijna onhoorbare, fluisteringen die nog in de lucht hangen en mij bij het lezen van de stamreeks en het boekje door de tijd heen bereiken.

Mijn betovergrootmoeder Geertruida Grefkens.

Zou er om ze gehuild zijn? Zou er om ze gerouwd zijn? Dat kan bijna niet anders. Mijn opa, zelf vader van een groot gezin, maakte altijd een grap die ik als kind niet begreep en ook helemaal niet grappig vond. ‘Ja’ zei hij dan ‘we hebben expres zoveel kinderen, want als er eentje doodgaat hebben we er altijd nog een heleboel over’. Een crue manier om verdriet weg te lachen. Een gebruikelijke vorm van humor in mijn familie, ook al had ik er toen als kind geen taal voor hoe naar ik dat eigenlijk vond. Het boekje volgt de mannelijke lijn, van Reigel naar Reichgelt.  Maar ongetwijfeld zullen ook in de vrouwelijke lijnen een groot aantal kinderen de volwassenheid niet hebben gehaald. Ontelbare kinderstemmetjes vragen om mijn aandacht, om gezien, gehoord en erkend te worden. Ze hebben bestaan, ze zijn er geweest en ze hebben bijgedragen aan mijn voorgeschiedenis. En ik kan niet anders dan hen noemen en eren.

 Er zullen mensen zijn die dit stom soft mutsen geleuter vinden. Dat mag. Ik heb er zelf ook lang zo over gedacht. Levendige fantasie noemde ik het en probeerde over te gaan op de orde van de dag. ‘Je bent te gevoelig’ het zinnetje waar mijn jeugd mee doorspekt is. Hoe ouder ik word hoe meer ik besef dat deze gevoeligheid voor mij een dagelijkse, veelvormige realiteit is. Eentje waar ik mijn weg in probeer te vinden. Mijn zintuigen zijn inderdaad veel gevoeliger afgesteld. Ik merk het als ik medicijnen moet gebruiken: de voorgeschreven doseringen zijn heel snel veel te hoog en van sommige medicijnsoorten moet ik gewoon afblijven. Ik merk het bij het drinken van alcohol: het lezen van een etiket is vaak al voldoende om mij beneveld te maken, en ik merk het bij zintuiglijke waarnemingen.  Ik hoor, zie en voel niet alleen met mijn oren, ogen en handen maar met mijn hele systeem. Dat maakt dat ik misschien ook wel dingen waarneem die voor andere mensen niet zichtbaar, hoorbaar of voelbaar zijn. Veel daarvan begrijp ik zelf niet eens en kan ik ook niet verklaren. Ik ben mezelf de laatste tijd dan ook gaan omschrijven als een soort menselijke stemvork, resonerend op wat er dan ook gaande is in mijn omgeving. En soms is dat behoorlijk verwarrend. Zeker als het gaat om die zachte fluisterstemmetjes uit het verleden.

Ik heb er jarenlang mijn werk van gemaakt om stem te geven aan mensen die dat zelf niet konden. Levende mensen dan welteverstaan. Ik was er ook goed in: het verwoorden van wat gezegd moest en wilde worden. En blijkbaar gaat dat nog laagjes dieper dan ikzelf door had. Eigenlijk wist ik dat ook wel, alleen was mijn mechanisme om deze vorm van waarneming af te doen als onzin, fantasie en overgevoeligheid, zo diep in mij ingesleten, dat ik het niet serieus nam. Inmiddels ben ik op een punt in mijn leven aan geland dat ik niet anders kan dan ook deze eigenschap van mij aan het licht te brengen en serieus te nemen. Ik worstel daarmee omdat ik niet weet waar het me heen brengt. Ik worstel ermee omdat deze gevoeligheid serieus nemen betekent: erkennen dat ik niet met de grote massa meer mee kan en dat mijn leefritme om een andere aanpak vraagt. Dat ik helemaal zelf mijn eigen pad moet maken. En dat is best wel spannend. Sensorische overprikkeling is voor mij een gegeven waar ik mijn leven lang al mee te maken heb. Maar pas de laatste jaren ben ik me bewust geworden hoe diep dit altijd ging en welk een realiteit dit is. En bovenal: welk prijskaartje eraan hangt als ik dit negeer. Herstel van deze overprikkeling  gaat verder dan even uitrusten en dan ben ik er weer. Het gaat ook over inschatten en doseren: hoe, waaraan en hoeveel kan nu wel of juist niet. en daar dan naar luisteren. Ook als dat ongemakkelijk is. Voor mij of voor anderen. En daar ben ik lerende in. Ik heb dus blijkbaar ook een gevoeligheid voor menselijk leed die stem wil krijgen. Maar het zou ook fijn zijn als ik kon leren om af te stemmen op het kanaal waar het ‘geluid’ vandaan komt. Want nu is het nogal eens een grote ruisende, kolkende brei alsof ik continu in een hagelstorm loop.

Gisteren zag ik een item in het journaal over een wetenschapper die bezig was met een project om geluid zichtbaar te maken en de toepassingen daarvan. En ineens had ik een model waarmee ik begon te begrijpen hoe mijn waarneming wel eens zou kunnen werken. Cymatica heet het en het gaat o.a. over het visueel maken van geluid. Nu nog leren hoe de knoppen werken. Maar eerst het boekje De pottenkramers van Ransbach. Nadat ik een kaarsje heb aangestoken voor al mijn verwanten. De grote en de kleintjes.

Geplaatst in Mensen, Thuis, Uncategorized | Tags: , , | 4 reacties

Wilde diertjes

Het is koud en vochtig, geen fijn weer voor mijn lichaam. Ik zit dan ook met enige regelmaat op de bank, in mijn vaste hoekje. Mijn wooneilandje met stapels boeken, tekenspulletjes en de afstandsbediening van de televisie en cd speler onder handbereik. Mijn dagen kabbelen voort en ik ben vaak beperkt in datgene wat ik het allerliefste doe: het maken van verhalen. Ik kan niet langer dan een half uur achter elkaar aan mijn bureau zitten werken. En op dagen zoals deze is dat nog korter. Niet dat ik bij de pakken neer ga zitten. Ik ben ‘kampioen flexibel’ geworden. Wat nu niet kan, kan misschien over een half uurtje of over een uur weer wel en anders is er morgen weer een dag. Er is de afgelopen jaren behoorlijk aan mijn dagstructuur gerommeld. Uren achter elkaar met een project bezig zijn is er niet meer bij en ik heb er een tijdje over gedaan om daarmee in het reine te komen. De ommekeer kwam toen ik mezelf per 1 september met de VUT verklaard heb. Toen was de druk van het moeten eraf. Ik heb mezelf geleerd mijn dagen als een mozaïek aan elkaar te leggen. Mijn dagelijkse bewegingsoefeningen, rusten, mijn Facebook bekijken, een (klein) huishoudelijk klusje, even rommelen op mijn atelier, iemand bellen, een brief schrijven (of dicteren: lang leve Word spraak!), lezen, een dagelijkse wandeling, een documentaire kijken: korte activiteiten die ik, naar gelang mijn lichaam aangeeft, in elkaar pas. Dat doe ik al een tijdje. En dat bevalt op zich goed. Zo krijg ik op een dag toch nog een heleboel voor mekaar en hoef ik mijzelf niet zielig te vinden. Want daar heb ik een hekel aan. Al zijn er goede en minder goede dagen en heb ik soms echt wel medelijden met mij.

Maar laatst deed ik toch een nieuwe ontdekking! In mijn lichaam huist een klein wezentje! Ik ken haar nog niet maar heb haar ontdekt toen ik afgelopen week voor het eerst met Tai Chi oefeningen begon. En daar was ze, brullend en schreeuwend als een angstig klein kind. Boos, omdat ik aan haar veilige schuilplekje ben begonnen te peuteren. Ik wil toch de bandbreedte van mijn mozaiek activiteiten gaan vergroten. Een gespecialiseerd fysiotherapie traject heeft mij de afgelopen maanden de nodige moed gegeven. Vandaar ook mijn Tai Chi experiment, want die fysio houdt natuurlijk eens op. Bij de eerste langzame beweging ontdekte ik haar. Woedend was ze en een felle pijn schoot door mijn lijf. Ze huist doorgaans in mijn onderrug, waar ze op de plaats van een dubbele hernia, een eigen wooneilandje heeft gemaakt. Ze heeft de boel stevig gebarricadeerd en hup even snel afbreken is er niet bij. Want ze kent de weg door mijn lichaam heel goed en ze heeft nog meer  schuilplekjes.  In mijn nek op de plek van een andere hernia heeft ze een boomhutje en in mijn schouders en in mijn heupen slaat ze tentenkampjes op. Dat lijkt onschuldig zo’n tent, maar mijn lijf is niet gemaakt op tentenkampjes, dus ik heb haar daar liever niet. Zodra ik denk: dat lossen we wel even op, en ik met geweld aan haar barricades begin te sjorren, vertrekt ze naar één van haar andere plekjes. Er zit niks anders op dan met veel liefde en geduld contact te leren maken, haar te leren kennen, haar vertrouwen te winnen en dan langzamerhand haar te leren om samen met mij de barricades af te breken. Een voor een. En dan hopelijk: weg boomhut, weg tent, weg wooneiland.

Een bondgenoot vind ik in onze kat Zoef! Ik heb al eerder het vertrouwen gewonnen van een wild, angstig diertje. Dat lukt me ook met dat fibromyalgie wezentje van mij.

Geplaatst in Dieren, Mensen, Thuis | Tags: , , | 4 reacties

Kadootjes

Ik stond vanochtend op met de beelden van de bestorming van Capitol Hill van de avond ervoor nog op mijn netvlies. Een zeikerig deuntje van Fats Domino ‘I found my freedom on Capitol Hill’ begeleidde het geheel en een meute scandeerde in mijn hoofd: oogbol, oogbol, oogbol! Flarden van dromen, gedachten en associaties zoals ik er elke dag en nacht ontelbare heb. Voor anderen onnavolgbaar en ik ga ze ook niet uitleggen. Het droeg bij aan een naar en onmachtig gevoel dat me vaker bekruipt als ik met dergelijke beelden word geconfronteerd. Het slaat gaten in ‘me aura’ en ik word er tot op het bot, intens verdrietig van. Mijn ochtendpagina’s waren niet genoeg om mijn afschuw te beschrijven en ook de blog die ik daarna schreef niet. Ik bleef me onmachtig voelen.  En dan geeft de dag je zomaar kadootjes. Het eerste vond ik in de brievenbus:  een vel postzegels dat ik had gemaakt om de brieven die ik naar dierbare mensen schrijf te kunnen voorzien van een extra persoonlijk tintje.

Het tweede vond ik op mijn dagelijkse wandeling bij mij in de buurt. Ik zag in de verte, om de hoek van het schoolplein, twee kinderen met elkaar staan praten. Terwijl ik dichterbij kwam, fietste er eentje weg. Een wonderschoon meisje met een prachtige bos krullend haar, opgestoken in een eigenwijze paardestaart. Mooi, zoals alleen meisjes zwevend tussen meisje en vrouw mooi kunnen zijn. ‘Blijf je lang weg?’ vroeg ze ’Neuh niet zo heel lang’ riep haar gesprekspartner. Een kleine, bebrilde jongen van een jaar of 11, vrolijk terug. ‘Ok’ zei ze en fietste door. Ik was inmiddels dichterbij gewandeld en sloeg het tafereeltje gade. Terwijl hij weghuppelde en een gat in de lucht sprong zong hij: you are sooooo beautiful….

Geplaatst in Mensen, Thuis | Tags: , , , | 4 reacties

Lichtfeest

Met een klap ben ik een paar weken geleden mijn winterslaap periode in gekukeld. Letterlijk. Bij een nachtelijk uitstapje naar het toilet viel ik flauw en landde ongelukkig op de punt van het badkamerkastje. Gevolg: een hersenschudding en een mooi litteken op mijn voorhoofd. Mijn toch al kabbelende bestaan, kwam daardoor in nog rustiger vaarwater terecht. En dat brengt mooie dingen met zich mee. Ik heb de tijd om te mijmeren over van alles. Onder andere over het vreemde jaar dat we op het punt staan af te sluiten en dat me op de valreep nog een mooi en dierbaar geschenk bracht. Een boekje over de ‘Pottenkramers uit Ransbach’ geschreven door Willem Jan Neutelings en Terenja van Dijk. Een achternicht en haar man, van wie ik het bestaan niet wist en die mij vonden via het blog Verre Verwanten.

Het is fijn om te weten waar je vandaan komt en soms nog fijner om te weten waar je naar toe gaat. Al lijkt dat laatste door het alsmaar doorwoedende Corona virus helemaal niet meer zo vanzelfsprekend. Veel mensen, ikzelf ook, zoeken een nieuwe richting, een nieuwe stip op de horizon. En hoe vind je die, als het leven ineens een andere wending neemt dan je had gedacht? Wat is dan je leidraad? Ik merk zelf dat het met mijn hoofd in mijn eigen navelpluis zitten op die vraag geen antwoorden brengt.  Het is verleidelijk om als er veel tegenzit in zelfbeklag en moedeloosheid te blijven zitten. Of erger nog: gefrustreerd te raken en boos te worden en dat af te reageren op iemand anders.  Het ìs ook vervelend, het ìs ook verontrustend en het ìs ook moeilijk. Dat staat allemaal buiten kijf… Maar dan. Wat doe je met die wetenschap en wat brengt het je? Mij brengt het hooguit een smoes om niet in beweging te komen en ook het begin van sombere buien die dan vervolgens als donkere wolken boven mijn hoofd blijven hangen. Niks goeds dus. Daarmee wil ik niet zeggen dat je je niet verdrietig mag voelen. Alles heeft bestaansrecht en een plek. Ook gevoelens. Het is alleen niet zo handig om erin te blijven hangen. Mijn voorvaderen wisten het wel. Elke nieuwe reis begint met het zetten van een eerste stap.In beweging komen. Gewoon de ene voet voor de andere gaan zetten.Daarom ben ik begonnen met dingen voor anderen te doen. Iets kleins. Positieve berichtjes op Facebook plaatsen. Een brief of kaartje sturen naar iemand die ik lang niet zag of sprak. Een gek dingetje maken en dat aan iemand geven. Lieve briefjes achterlaten voor iemand om te vinden. Hoe meer ik daar mee bezig ben, hoe handiger ik word in het vinden van opbeurende dingen. En het leuke bij effect is, dat ik er zelf ook opgewekter van word. Puur eigenbelang dus. Daarom mijn motto voor komend jaar: Wees het lichtje in het leven van een ander!

Geplaatst in Mensen, Thuis | Tags: , , | 5 reacties

Eva

Eva naar Robinet Testard

In Boccacio’s boek ‘de Mulieribus Claris’ (over verstandige vrouwen) vult ‘Eva’ het eerste hoofdstuk. “De moeder van ons allen” noemt hij haar. Er valt over Eva een heleboel te vertellen: vanuit religieuze, kunsthistorische en nog allerlei andere invalshoeken. Misschien kom ik daar in latere blogs nog wel op terug. Waar ik het nu over wil hebben is de illustratie die Robinet Testard bij de franse vertaling van deze tekst maakte en die ik naar zijn voorbeeld reconstrueerde.

We zien Eva, ietwat schuchter, naar een duidelijk mokkende Adam kijken. Tijdens het schilderen heb ik daar enorme lol over gehad. Want welk verhaal zat hierachter? Duidelijk niet alleen het bijbelse verhaal, want er zat een ook een seksuele ondertoon in. Al kon ik die niet goed ‘lezen’. Ik bedacht van alles: Adam had ruzie gehad met Eva over die appel, die nu nergens meer te zien was in de afbeelding trouwens. Vast in woede weggeschopt, na die eerste happen en het besef ‘Wáat heb je me laten doen?!’ Maar ook fantaseerde ik over hoe Adam de pest in had dat hij zo’n jong meisje had waar hij nog ‘niks mee kon’ en dat hij daarom zo de P in had. Het handgebaar dat Eva maakte draagt bij aan een seksuele connotatie, want met gemak kun je daar een vagina in zien. Maar misschien is het een handgebaar voor het Ichtus symbool, de vis, die door de eerste Christenen als herkenningsteken werd gebruikt. Je komt het symbool, gestileerd weliswaar, ook nu nog tegen. Eva uitgebreid haar vagina in de aanbieding laten doen, leek me niet kies.

Ik kwam er dus niet zo goed uit wat ik wilde vertellen over deze Eva totdat ik tijdens mijn onderzoek naar de achtergronden van het manuscript een biografie over Louise de Savoy begon te lezen. Het manuscript is gemaakt ter gelegenheid van het huwelijk van deze Louise met ene Charles d’Angouleme.  Eva lijkt op Louise en Adam lijkt op, juist! Charles. Zover was ik overigens al toen ik aan het schilderen was. De biografie werpt een licht op het verhaal achter de afbeelding van Robinet dat me raakt en ineens weet ik wat ik jullie wil laten weten over Eva.

Louise was nog een baby toen ze zich verloofde met Charles d’Angoulème. Deze verloving was een douceurtje van Louis XI (de koning van Frankrijk, bijgenaamd de Spin) aan de vader van Louise, Philippe de Bresse, die allerlei handige klusjes voor Louis opknapte als dat zo uitkwam. Louis XI bevoordeelde door deze huwelijksbelofte in één klap Philippe en sneed een rivaal, Anna van Bourgondië, de pas af. Charles was namelijk de achterkleinzoon van Karel V, een eerdere Franse koning en kon , als de sterren goed stonden, aanspraak maken op de Franse troon. Ons Lowieke de XI hield deze Charles dus liever op meer dan gepaste afstand van het Franse koninklijk hof.

Philippe, bijgenaamd ‘Meneer zonder land’, was van goede komaf, maar had verder nauwelijks wat in de melk te brokkelen, dus die wilde wel. Charles wilde eigenlijk niet, hij had al een maitresse en een kind, maar durfde niet tegen de Franse koning in te gaan, en Louise kon nog niet praten, dus zo zat Charles d’Angoulème op zijn 18e  opgescheept met een zuigeling als aanstaande bruid. Er kan een hoop gebeuren voor het kind volwassen is, zal hij gedacht hebben, dus zo’n vaart liep het allemaal nog niet. En een bruiloft of verloving had toen voor welgestelden een heel andere betekenis en functie dan voor ons hedendaagse mensen. Het huwelijk was voornamelijk een contract om andere, politieke, belangen te dienen en de huwelijkspartners waren de pionnetjes op de landkaart. Het ging niet om de liefde, maar om het aan elkaar smeden van gebieden, het sluiten van allianties en het uit onderhandelen van goede huwelijkse voorwaarden, die macht verschaften of veilig stelden.  Als er uiteindelijk toch sprake bleek van liefde was dat mazzel, maar geen doel op zich. De huwelijksonderhandelingen werden doorgaans gevoerd door anderen, vaders of heersers, en de pionnetjes die met elkaar moesten trouwen hadden daar zelf vrij weinig over te vertellen. Tenzij je zelf een van die machtigen was. Dan kon je wel een duit in het onderhandelingszakje doen. En wanneer de wind van de macht uit een andere hoek begon te waaien kon zo’n huwelijksbelofte ook zo weer verdwijnen.  Dus Charles maakte zich voorlopig nog niet druk. De verloving sudderde op de achtergrond op een laag pitje door en Louise groeide op. Eerst in Pont de l’Ain, de woonplaats van haar ouders en na het overlijden van haar moeder aan het hof van Anne de France (deze was tante van Louise en de regentes voor haar broer Karel de VIII) in Blois.

Toen Louise een jaar of 11 was ontstond er een nieuw politiek machtsspelletje dat invloed op haar leven zou hebben. De zwager van Anne de France was het niet eens met het feit dat zijn schoonzus feitelijk het land regeerde en probeerde haar op allerlei manieren dwars te zitten, daarbij geholpen door, daar hebben we hem weer: Charles d’Angoulème. Die moest een duidelijk lesje leren dus het werd tijd om de verloving om te zetten in een huwelijk. Wat heeft dat met Eva te maken, zul je denken. Nou daar kom ik nu op: Louise en Charles traden in het huwelijk toen Louise 12 jaar oud was en Charles dus 29. Haar hele opvoeding aan het hof heeft in het teken gestaan van het groeiende besef, dat vrouwen dienen om erfgenamen te produceren. Dus ook Louise was zich daar, jong als ze was, intens bewust van. Zelfs zo bewust dat haar vader lacherig schreef aan zijn 2e vrouw ‘dat Louise hem alsmaar vroeg naar de huwelijksnacht en hoe dat dan ging en of ze niet te nauw was van onderen, zodat ze misschien dood zou gaan en hoe groot ‘het ding’ van Charles zou zijn, misschien wel zo groot als haar onderarm?’ Persoonlijk vind ik dit nogal getuigen van weinig sympathie en fijngevoeligheid naar zijn dochter. Maar misschien is dat wel teveel hedendaags gedacht.   Charles probeerde ondertussen onder zijn aanstaande huwelijk uit te komen, maar hoe hij ook smeekte, konkelde en draaide, Anne de France was onverbiddelijk: getrouwd werd er.

Als ik met deze kennis in mijn achterhoofd opnieuw kijk naar Eva word ik er niet meer zo lacherig van. Ik zie  een jong meisje, nog niet volgroeid, zich bewust van haar afhankelijkheid van een oudere man en ook bereid om daar het allerbeste van te maken. Deze man kan, door met haar te paren, hun afgedwongen huwelijk consumeren en kinderen verwekken en daarmee haar toekomst veilig stellen. Of niet. En deze Adam heeft zo te zien geen enkele zin om aan die huwelijkse verplichting te voldoen. Het handgebaar van Eva kan heel goed de betekenis dragen van het aanbieden van haar maagdelijkheid. Zij wil wel. Maar hij niet! Nu vinden wij van alles van kindhuwelijken en tienerzwangerschappen. Het is omgeven met walging, afkeuring en schaamte. Je zou kunnen zeggen dat we door ervaring wijzer geworden zijn. Tenminste in grote delen van de wereld. Toen was het je heilige plicht als jong meisje van stand om ervoor te zorgen dat er nageslacht kwam. Liefst een mannelijke erfgenaam. Het kon je toekomst maken en breken.  En de huwelijkspionnetjes van toen wisten dat. Ook Louise wist dat en de hele entourage in Cognac, de plaats waar het jonge paar zich had gevestigd. Er werd door niemand moeilijk over gedaan.  Er was nog lang geen #Metoo. Robinet zal het dus ook geweten hebben. Hij begon aan de illustraties voor het boek in 1488, het jaar waarin Louise en Charles trouwden. Door Adam en Eva te schilderen zoals hij het heeft gedaan heeft hij in één enkele illustratie het hele voorgaande verhaal in beeld gebracht. Gekoppeld aan Boccaccio’s tekst over Eva. De moeder van ons allen. Heilige plicht.

Louise kreeg haar eerste kind op 16 jarige leeftijd, haar tweede op 18 jarige leeftijd en toen ze 19 jaar oud was, was ze weduwe. Over Louise de Savoy valt nog veel meer te vertellen en daar kom ik zeker nog op terug. Want hoe teer ze ook lijkt als deze Eva, bij elke nieuwe ontdekking die ik over haar doe heeft ze me weer op het verkeerde been gezet en mijn 20e eeuwse vooringenomenheid over middeleeuwse vrouwen blootgelegd. En telkens weer denk ik: What a woman!

Eva is Voorbeeldige Vrouw 3/106

 

Geplaatst in Uncategorized, Voorbeeldige Vrouwen | Tags: , , , , , | 2 reacties

Pen to Press

 

Soms moet je lang wachten op een begeerd voorwerp. Dat gebeurde mij toen ik begin april via Abebooks.com een boek bestelde in Amerika. Ik was het op het spoor gekomen in een voetnoot bij een artikel over Middeleeuwse copieertechnieken en ik was onmiddellijk nieuwsgierig. Het was wel duur. De bijkomende verzendkosten waren hoger dan wat het boek kostte, maar ja, Sandra Hindman was een autoriteit op het gebied van manuscript onderzoek en dit boek zou helemaal gaan over de overgang van handgeschreven naar gedrukte boeken. Het boek was uit 1977, bijna antiquarisch, en vrijwel niet meer te krijgen. Na wat gedimdam met mezelf en mijn Lief (‘ je wil het, je weet het’) toch het boek besteld. Het zou uiterlijk 23 april bij mij op de mat liggen.  De datum kwam. En ging. Niks. Een week later. Nog niks. Elke dag liep ik vol verwachting naar de brievenbus, vandaag zou dan toch… nee. Weer niks. Uiteindelijk bleek uit een emailwisseling met de verkoper dat het boek was blijven steken in een pakhuis in New Jersey. Het kon door de maatregelen rondom het COVID virus niet verder reizen. De verkoper baalde er ook van, want hij kreeg alsmaar klachten uit West Europa. Ik zag een boekenpakhuis voor me met boeken aan de ketting. Uitreis verbod, stond er op de labels. Nog maar even geduld oefenen dan. Dit kon nog wel even duren. En toch, iedere keer als ik mijn voormalig collega met haar oranje fietstassen zag naderen maakte mijn hart een sprongetje! Vandaag dan? Nee. Weer niet. Tot afgelopen maandagochtend de bel ging. Ik maakte nietsvermoedende de deur open voor een man in een geel-rood poloshirt. Niks ex-collega. De DHL! Aan mijn voeten lag een pakje uit het buitenland met mijn naam erop. Eindelijk!

Vol verwachting liep ik met het pakketje naar binnen. Er zat grijs plastic omheen en toen dat eraf was, zag ik een kartonnen envelop met nog een keer mijn naam erop.  Ik verbeeldde me dat het pakje een beetje muf rook. Vast diens lange verblijf in dat boekenpakhuis. Met gretige vingers scheurde ik het karton stuk. Bubbeltjesplastic. Het was in ieder geval Corona vrij ingepakt. Door het plastic heen ontwaarde ik een wit-met-vegen-kleur. Hmm. Ik had voor die prijs toch minstens een gebonden boek met een mooie omslag verwacht. Teleurgesteld haalde ik het plastic van het boek af. Voor mij op tafel lag het dan. Het zo fel begeerde boek. Een smoezelig geval, met vingerafdrukken en vegen op haar kaft. Je kon zien dat het door ontelbare handen was gegaan.

Niet eens een titel op de voorkant. Oh jawel toch: in blinddruk zag ik ‘Pen to Press’ op de kaft staan. Het boek bleek een bundel essays behorend bij een tentoonstelling met dezelfde titel. Hmm. Ik dacht dat het een proefschrift was. Achterin staan allerlei plaatjes. De catalogus. In zwart-wit. Het was tenslotte een boek uit 1977….. En ineens snapte ik het: het boek had de vorm van een blokboek. Voor boekbinders een bekend fenomeen. Het was alleen de inhoud van een boek. Zonder de omslag. Vroeger, in de begintijden van de boekdrukkunst, kocht je boeken zo. Alleen de inhoud, de omslag moest er nog omheen. Daarvoor ging de klant dan naar een boekbinder. Die zorgde dat het boek werd ingebonden. Geheel naar de smaak van de klant en naar wat die kon betalen natuurlijk. Houten platten met bewerkt leer of een andere uitvoering met fluweel of een rijk versierde stof. Gepersonaliseerd noemen we dat tegenwoordig. Het papier was cremekleurig en van een zware kwaliteit. Even kreeg ik de neiging om met stoffen handschoentjes door het boek te bladeren. Om de smetteloze inhoud zuiver te houden. En wacht: was dat nu een watermerk? Curtis Rag zag ik in het papier. Wat is Curtis Rag? Bij nazoeken bleek dat een papiermolen, waar kwaliteitspapier werd gemaakt. ( oa voor officiële documenten) Het lettertype was rond en deed me ietwat denken aan een middeleeuws script uit oude handgeschreven boeken. Alleen veel kleiner en gedrukt natuurlijk.  De hele vormgeving was een eerbetoon aan het fenomeen ‘boek’. En bij het doorbladeren  kwam ik al een eerste pareltje tegen, wisten jullie bijvoorbeeld dat…? Maar daarover in een andere blog meer. Zo zie je maar weer: ‘never judge a book by its cover!’  Nu lezen!

 

Deze blog hoort bij het project Voorbeeldige Vrouwen waar ik momenteel aan werk

Geplaatst in Thuis, Voorbeeldige Vrouwen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen